Art. 12 Richtlijn 2003/37/EG, Gelijkwaardigheid

Richtlijn 2003/37/EG

1. De Raad kan op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de gelijkwaardigheid erkennen van de voorwaarden of bepalingen inzake de goedkeuring van voertuigen, systemen, technische eenheden en onderdelen die bij deze richtlijn en de bijzondere richtlijnen zijn vastgesteld met de procedures die in het kader van multilaterale of bilaterale overeenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen bij internationale reglementen of reglementeringen van derde landen zijn vastgesteld.

2. De gelijkwaardigheid van de EG-typegoedkeuringen die zijn verleend krachtens de bijzondere richtlijnen betreffende motorvoertuigen, zoals gedefinieerd in Richtlijn 70/156/EEG en vermeld in bijlage II, hoofdstuk B, deel IIA, van deze richtlijn, wordt erkend.

3. De gelijkwaardigheid van de typegoedkeuringen die zijn verleend krachtens de aan de herziene overeenkomst van 1958 gehechte en in bijlage II, hoofdstuk B, deel IIB, van deze richtlijn opgenomen ECE/VN-reglementen, wordt erkend.

4. De gelijkwaardigheid van de testrapporten die zijn afgegeven op grond van de in bijlage II, hoofdstuk B, deel IIC, van deze richtlijn vermelde genormaliseerde codes van de OESO, als alternatief voor de overeenkomstig de bijzondere richtlijnen afgegeven testrapporten wordt erkend.

Vorige artikelen

Volgende artikelen