Art. 16 Richtlijn 2003/37/EG, Niet-overeenstemming met het goedgekeurde type

Richtlijn 2003/37/EG

1. Er is niet-overeenstemming met het goedgekeurde type indien er ten opzichte van het goedkeuringsformulier en/of het informatiepakket afwijkingen worden geconstateerd die niet krachtens artikel 5, lid 3, zijn toegestaan door de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend.

Er is geen sprake van niet-overeenstemming van een voertuig met het goedkeurde type indien de bij bijzondere richtlijnen toegestane toleranties in acht zijn genomen.

2. Indien een lidstaat die een EG-typegoedkeuring heeft verleend, constateert dat voertuigen, systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden die van een certificaat van overeenstemming of een goedkeuringsmerk zijn voorzien, niet in overeenstemming zijn met het door hem goedgekeurde type, neemt hij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de geproduceerde voertuigen, systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden opnieuw in overeenstemming zijn met het goedgekeurde type.

De goedkeuringsinstanties van deze lidstaat stellen de goedkeuringsinstanties van de overige lidstaten en de Commissie in kennis van de genomen maatregelen, die de intrekking van de goedkeuring kunnen inhouden.

3. De voor de EG-typegoedkeuring van het voertuig verantwoordelijke instanties verzoeken de lidstaat die de EG-typegoedkeuring van een systeem, onderdeel, technische eenheid of incompleet voertuig heeft verleend, de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de geproduceerde voertuigen in overeenstemming zijn met het goedgekeurde type, in het geval van:

a) een EG-typegoedkeuring van een voertuig waarbij de niet-overeenstemming van een voertuig uitsluitend voortvloeit uit de niet-overeenstemming van een systeem, onderdeel of afzonderlijke technische eenheid, of

b) een meerfasen-EG-typegoedkeuring waarbij de niet-overeenstemming van een voltooid voertuig uitsluitend voortvloeit uit de niet-overeenstemming van een systeem, onderdeel of afzonderlijke technische eenheid dat/die deel uitmaakt van het incomplete voertuig, of uit de niet-overeenstemming van het incomplete voertuig zelf.

Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis en de bepalingen van lid 2 zijn van toepassing.

Vorige artikelen

Volgende artikelen