Art. 10 Richtlijn 2003/37/EG, Restantvoorraden van voertuigen
1. In het geval van restantvoorraden van voertuigen mogen de lidstaten op verzoek van de fabrikant binnen de in bijlage V, deel B, vermelde kwantitatieve beperkingen en gedurende de in de derde alinea vastgestelde beperkte periode nieuwe voertuigen die in overeenstemming zijn met een voertuigtype waarvan de goedkeuring niet meer geldig is, registreren en de verkoop of de ingebruikneming ervan toestaan.
Deze bepaling is uitsluitend van toepassing op voertuigen die:
a) zich op het grondgebied van de Europese Gemeenschap bevinden en
b) vergezeld gaan van een geldig certificaat van overeenstemming dat was afgegeven op het ogenblik dat de goedkeuring van het desbetreffende voertuigtype nog geldig was, maar nog niet waren geregistreerd of in gebruik waren genomen toen die goedkeuring ongeldig werd.
Deze mogelijkheid wordt beperkt tot 24 maanden voor complete voertuigen en tot 30 maanden voor voltooide voertuigen, gerekend vanaf de datum waarop de goedkeuring haar geldigheid heeft verloren.
2. Voor de toepassing van lid 1 op één of meer voertuigtypen van een bepaalde categorie moet de fabrikant bij de bevoegde instanties van elke bij de ingebruikneming van deze voertuigtypen betrokken lidstaat een aanvraag indienen. In de aanvraag moeten de technische en/of economische redenen daarvoor worden vermeld.
Binnen drie maanden besluiten deze lidstaten of zij de registratie van het betrokken voertuigtype op hun grondgebied toestaan en, zo ja, voor hoeveel exemplaren.
Elke bij de ingebruikneming van deze voertuigtypen betrokken lidstaat ziet erop toe dat de fabrikant de bepalingen van bijlage V, deel B, naleeft.