Art. 6
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat emittenten van financiële instrumenten voorwetenschap zo snel mogelijk openbaar maken, voorzover deze rechtstreeks betrekking heeft op de betrokken emittent.
Onverminderd eventuele maatregelen die worden getroffen met het oog op de naleving van de eerste alinea, zien de lidstaten erop toe dat emittenten alle voorwetenschap die zij openbaar dienen te maken gedurende een passende periode op hun internet-website plaatsen.
2. Een emittent kan, op eigen verantwoordelijkheid, de openbaarmaking van voorwetenschap, als bedoeld in lid 1, uitstellen teneinde zijn rechtmatige belangen te beschermen, mits dit waarschijnlijk geen misleiding van het publiek tot gevolg heeft en de emittent de vertrouwelijkheid van deze informatie kan waarborgen. De lidstaten kunnen verlangen dat de emittent de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis stelt van zijn besluit om de openbaarmaking van voorwetenschap uit te stellen.
3. De lidstaten verlangen dat wanneer een emittent of een persoon die namens of voor rekening van de emittent optreedt, voorwetenschap meedeelt aan een derde in het kader van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie, zoals bedoeld in artikel 3, onder a), hij deze informatie daadwerkelijk en volledig openbaar maakt, en wel gelijktijdig in geval van een opzettelijke bekendmaking en onverwijld bij een niet-opzettelijke bekendmaking.
De bepalingen van de eerste alinea zijn niet van toepassing indien de persoon die de informatie ontvangt een geheimhoudingsplicht heeft, ongeacht of die gebaseerd is op wet- of regelgeving, statutaire bepalingen of een overeenkomst.
De lidstaten verlangen dat emittenten of personen die namens hen of voor hun rekening optreden, een lijst opstellen van de personen die bij hen, op basis van een arbeidscontract of anderszins, werkzaam zijn en toegang hebben tot voorwetenschap. De emittenten en de personen die namens hen of voor hun rekening optreden, moeten die lijst regelmatig actualiseren en desgevraagd aan de bevoegde autoriteit toezenden.
4. Personen met leidinggevende verantwoordelijkheid bij een emittent van financiële instrumenten en, in voorkomend geval, personen die nauw met hen gelieerd zijn, moeten minimaal de bevoegde autoriteit in kennis stellen van transacties voor eigen rekening met aandelen die zijn uitgegeven door de emittent waarvan zij deel uitmaken of met derivaten daarvan of andere daaraan verbonden financiële instrumenten. De lidstaten zorgen ervoor dat het publiek zo spoedig mogelijk gemakkelijk toegang heeft tot dergelijke informatie, op zijn minst in afzonderlijke vorm.
5. De lidstaten zien erop toe dat er voorzien is in passende regelgeving om ervoor te zorgen dat personen met betrekking tot financiële instrumenten of emittenten van financiële instrumenten onderzoek verrichten of resultaten van onderzoek verspreiden, of personen die andere voor distributiekanalen of voor het publiek bestemde informatie voortbrengen of verspreiden waarin beleggingsstrategieën worden aanbevolen of voorgesteld, redelijke maatregelen treffen om te waarborgen dat de informatie een juiste voorstelling van zaken biedt en dat zij hun belangen bekendmaken of de belangenconflicten ten aanzien van de financiële instrumenten waarop die informatie betrekking heeft, meedelen. Deze regelgeving wordt aan de Commissie meegedeeld.
6. De lidstaten zien erop toe dat de marktdeelnemers structurele voorzieningen treffen om marktmanipulatie te voorkomen en aan het licht te brengen.
7. Om te zorgen voor naleving van de leden 1 tot en met 5 kan de bevoegde autoriteit alle maatregelen nemen die nodig zijn opdat het publiek juist geïnformeerd wordt.
8. Openbare instanties die statistieken verspreiden die een aanzienlijk effect op financiële markten kunnen hebben, doen dat op een billijke en transparante wijze.
9. De lidstaten verlangen dat personen die beroepshalve transacties in financiële instrumenten tot stand brengen, de bevoegde autoriteit onverwijld waarschuwen indien zij een redelijk vermoeden hebben dat een transactie handel met voorwetenschap of marktmanipulatie inhoudt.
10. Om met de technische ontwikkelingen op de financiële markten rekening te houden en een eenvormige toepassing van deze richtlijn te garanderen, stelt de Commissie overeenkomstig de in artikel 17, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsmaatregelen vast betreffende:
- de technische modaliteiten voor een passende openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in de leden 1 en 3,
- de technische modaliteiten voor het uitstellen van de openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in lid 2 en lid 3, tweede alinea,
- de technische modaliteiten ten behoeve van een gemeenschappelijke aanpak bij de toepassing van de tweede zin van lid 2,
- de voorwaarden waaronder emittenten en personen die namens hen optreden, een lijst dienen op te stellen van de personen die bij hen werkzaam zijn en toegang hebben tot voorwetenschap, zoals bedoeld in lid 3, tezamen met de voorwaarden voor de bijwerking van dergelijke lijsten,
- de categorieën personen en de kenmerken van een transactie, waaronder de omvang, waarop de in lid 4 bedoelde verplichting tot openbaarmaking en de technische regelingen voor openbaarmaking aan de bevoegde autoriteit, van toepassing zijn,
- de technische modaliteiten, voor de verschillende in lid 5 genoemde categorieën van personen, voor een billijke voorstelling van onderzoeksresultaten en andere informatie betreffende beleggingsstrategieën en voor het bekendmaken van belangen of belangenconflicten als bedoeld in lid 5; in deze modaliteiten wordt rekening gehouden met de regels, inclusief zelfregulering, die gelden voor de journalistiek,
- de technische modaliteiten volgens welke de in lid 9 bedoelde personen de bevoegde autoriteit in kennis moeten stellen.