Art. 1

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. "voorwetenschap": niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of middellijk betrekking heeft op een of meer emittenten van financiële instrumenten of op een of meer financiële instrumenten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, een aanzienlijke invloed zou kunnen hebben op de koers van deze financiële instrumenten of van daarvan afgeleide financiële instrumenten.

Met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten betekent voorwetenschap niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en rechtstreeks of middellijk betrekking heeft op een of meer van die afgeleide instrumenten, en die gebruikers op markten waarop die instrumenten worden verhandeld overeenkomstig de gebruikelijke marktpraktijken op die markten verwachten te ontvangen.

Voor personen die zijn belast met de uitvoering van orders met betrekking tot financiële instrumenten behelst voorwetenschap tevens informatie die door de klant wordt verstrekt en verband houdt met de lopende orders van de klant, die concreet is, die direct of indirect betrekking heeft op een of meer emittenten van financiële instrumenten of op een of meer financiële instrumenten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, een aanzienlijke invloed zou kunnen hebben op de koers van deze financiële instrumenten of op de koers van daarvan afgeleide financiële instrumenten.

2. "Marktmanipulatie":

a) transacties of handelsorders

- die onjuiste of misleidende signalen geven of waarschijnlijk zullen geven met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van financiële instrumenten, of

- waarbij een of meer personen samenwerken om de koers van een financieel instrument op een abnormaal of een kunstmatig niveau te houden,

tenzij de persoon die de transacties aangegaan is of de handelsorders geplaatst heeft, aantoont dat zijn beweegredenen om de transacties aan te gaan of de orders te plaatsen, gerechtvaardigd zijn en dat de transacties en handelsorders in overeenstemming zijn met de gebruikelijke marktpraktijken op de desbetreffende gereglementeerde markt;

b) transacties of handelsorders waarbij gebruik wordt gemaakt van oneigenlijke constructies of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding;

c) de verspreiding van informatie, via de media, met inbegrip van internet, of via andere kanalen, die onjuiste of misleidende signalen geeft of waarschijnlijk zal geven met betrekking tot financiële instrumenten, met inbegrip van de verspreiding van geruchten en valse of misleidende berichten, waarvan de persoon die de informatie verspreid heeft, wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was. Ten aanzien van journalisten die in hun beroepshoedanigheid handelen, moet deze verspreiding van informatie, onverminderd artikel 11, worden beoordeeld met inachtneming van de gedragsregels die voor hun beroepsgroep gelden, tenzij deze personen rechtstreeks of middellijk voordeel of winst behalen uit de verspreiding van deze informatie.

De onderstaande gevallen zijn in het bijzonder af te leiden van de hierboven gegeven definitie in a), b) en c):

- het door een of meer personen samenwerken om verwerven van een machtspositie ten aanzien van het aanbod van of de vraag naar een financieel instrument met als gevolg dat rechtstreeks of middellijk aan- of verkoopprijzen of andere onbillijke transactievoorwaarden worden opgelegd;

- de aankoop of verkoop van een financieel instrument bij het sluiten van de handel om beleggers die op basis van slotkoersen handelen te misleiden;

- het profiteren van incidentele of regelmatige toegang tot de traditionele of elektronische media door een oordeel over een financieel instrument (of indirect over de emittent ervan) te verspreiden, terwijl van te voren posities in dit financieel instrument zijn ingenomen om nadien profijt te trekken van het effect dat dit oordeel heeft gehad op de koers van dit financieel instrument, zonder tegelijkertijd deze belangenverstrengeling naar behoren en daadwerkelijk openbaar te maken.

De definities van marktmanipulatie zullen zodanig worden toegepast dat zij ook nieuwe handelwijzen kunnen behelzen die als marktmanipulatie kunnen worden aangemerkt.

3. Financieel instrument:

- effecten zoals omschreven in de definitie van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten(9);

- rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;

- geldmarktinstrumenten;

- financiële futures, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten,

- rentetermijncontracten;

- rente- en valutaswaps en swaps betreffende aan aandelen of een aandelenindex gekoppelde cashflows ("equity swaps");

- opties ter verkrijging of vervreemding van onder deze categorieën vallende instrumenten, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten. Deze categorie omvat met name valuta- en renteopties;

- grondstoffenderivaten;

- elk ander instrument dat op een gereglementeerde markt in een lidstaat tot de handel is toegelaten of waarvoor toelating tot de handel op dergelijke gereglementeerde markt is aangevraagd.

4. "Gereglementeerde markt": een markt zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 13, van Richtlijn 93/22/EEG.

5. "Gebruikelijke marktpraktijken": praktijken die op een of meer financiële markten redelijkerwijs verwacht worden en aanvaard worden door de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met de richtsnoeren die door de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 17, lid 2, zijn vastgesteld.

6. "Persoon": alle natuurlijke en rechtspersonen, vennootschappen of instellingen.

7. "Bevoegde autoriteit": de overeenkomstig artikel 11 aangewezen bevoegde autoriteit.

Om met de ontwikkelingen op de financiële markten rekening te houden en een uniforme toepassing van deze richtlijn in de Gemeenschap te garanderen, stelt de Commissie overeenkomstig de in artikel 17, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsmaatregelen vast betreffende de punten 1, 2 en 3, van dit artikel.

Uitspraken die dit artikel aanhalen