Art. 2
1. De lidstaten verbieden de in de tweede alinea bedoelde personen die over voorwetenschap beschikken om gebruik te maken van deze voorwetenschap door, voor eigen rekening of voor rekening van derden, rechtstreeks of middellijk de financiële instrumenten waarop deze voorwetenschap betrekking heeft te verkrijgen of te vervreemden, of te trachten deze te verwerven of te vervreemden.
De eerste alinea is van toepassing op iedere persoon die in het bezit van die informatie is:
a) vanwege zijn hoedanigheid als lid van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de emittent, of
b) vanwege zijn deelneming in het kapitaal van de emittent, of
c) vanwege het feit dat hij toegang heeft tot de informatie vanwege de uitoefening van zijn werk, beroep of functie, of
d) vanwege criminele activiteiten.
2. Indien de in lid 1 bedoelde persoon een rechtspersoon is, is het in dat lid vervatte verbod tevens van toepassing op de natuurlijke personen die deelnemen aan de beslissing de transactie voor rekening van de rechtspersoon in kwestie uit te voeren.
3. Dit artikel is niet van toepassing op transacties die worden verricht ter nakoming van een opeisbaar geworden verplichting tot verwerving of vervreemding van financiële instrumenten als deze verplichting voortvloeit uit een overeenkomst die werd gesloten voordat voorwetenschap werd verkregen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2551
- Conclusie A-G Machielse 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2551
- HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2620
- Rb. Amsterdam 26 mei 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AX6763
- Conclusie A-G Bleichrodt 27 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:698
- Conclusie A-G Machielse 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2620
- Conclusie A-G Hofstee 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BL8997
- Conclusie A-G Vellinga 6 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ3301
- Conclusie A-G Wortel 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR8021
- Hof Amsterdam 1 maart 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC9108
- Hof Amsterdam 1 maart 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC7973