Conclusie A-G Bleichrodt 27 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:698
Economische zaak. Handelen met voorwetenschap, art. 46 (oud) Wet toezicht effectenverkeer 1995. 1. Falende bewijsklacht over “openbaarmaking” a.b.i. art. 46 (oud).4 Wte 1995. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2011:BP2551. Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof geoordeeld dat de bewezenverklaarde bijzonderheden op 18 december 2006 nog niet openbaar waren gemaakt. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het Hof t.a.v. hetgeen omtrent deze bijzonderheden aan derden is bekendgemaakt heeft vastgesteld dat sprake is geweest van een persbericht van rechtspersoon X van 3 januari 2007, voorafgegaan door een biedingsbericht van rechtspersoon Y van 21 december 2006, terwijl uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat een of meer van deze bijzonderheden op een eerder tijdstip aan derden zijn bekendgemaakt. 2. Falende klacht over ’s Hofs oordeel dat openbaarmaking van de in de bewezenverklaring genoemde bijzonderheden, naar redelijkerwijs te verwachten viel, significante invloed zou kunnen hebben op de koers van het aandeel X. Blijkens zijn bewijsoverwegingen heeft het Hof dat oordeel, anders dan het middel kennelijk tot uitgangspunt neemt, niet slechts gebaseerd op de inhoud van het nieuwsbericht van het ANP van 3 januari 2007, maar ook op de inhoud van het door rechtspersoon X uitgegeven persbericht van 3 januari 2007 en de inhoud van de besprekingen tussen het bestuur van rechtspersoon X en rechtspersoon Y, waarnaar wordt verwezen in het biedingsbericht van 21 december 2006. Op grond daarvan heeft het Hof geoordeeld dat de in de bewezenverklaarde bijzonderheden centraal staande voorgenomen verkrijging door rechtspersoon Y van een belang van ca. 21% in rechtspersoon X, voortvloeide uit een bieding o.b.v. een commerciële inschatting van de investering. Het op dit een en ander steunende oordeel van het Hof dat openbaarmaking van deze bijzonderheden, naar redelijkerwijs te verwachten viel, significante invloed zou kunnen hebben op de koers van het aandeel X, is aldus toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl