Art. 16 Verordening (EG) nr. 2371/2002, Voorwaarden voor communautaire financiële bijstand en beperking van de visserij-inspanning
Verordening (EG) nr. 2371/2002
1. Financiële bijstand uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector(12) kan, met uitzondering van de premie voor het slopen van vissersvaartuigen, alleen worden toegekend wanneer een lidstaat het bepaalde in de artikelen 11, 13 en 15 van die verordening naleeft en de volgens Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad en Verordening (EG) nr. 366/2001 van de Commissie(13) vereiste informatie heeft verstrekt.
In dit verband kan de Commissie, na de betrokken lidstaat de gelegenheid te hebben geboden gehoord te worden, en voor zover zulks in verhouding staat tot de mate van niet-naleving, de communautaire financiële bijstand voor de betrokken lidstaat, in het kader van Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad schorsen.
2. Indien op basis van de beschikbare informatie de Commissie van mening is dat de vlootcapaciteit van een lidstaat de bij de artikelen 11, 13 en 15 voorgeschreven capaciteit overschrijdt, deelt zij dat mee aan de betrokken lidstaat. Deze lidstaat beperkt zijn visserij-inspanning onmiddellijk tot het niveau dat bij naleving van de artikelen 11, 13 en 15 zou zijn bereikt, onverminderd de uit deze artikelen voortvloeiende verplichtingen. De betrokken lidstaat deelt zijn vlootreductieplan ter controle mee aan de Commissie, overeenkomstig de procedure van artikel 30, lid 2, ongeacht of de verlaging gelijkwaardig is aan de capaciteitsoverschrijding.