Art. 13, Regeling voor toevoeging/onttrekking aan de vloot en totale capaciteitsvermindering

1. De lidstaten beheren de toevoegingen aan de vloot en de onttrekkingen aan de vloot op zodanige wijze dat met ingang van 1 januari 2003

a) de toevoegingen van nieuwe capaciteit aan de vloot zonder overheidssteun voordien gecompenseerd worden door onttrekkingen zonder overheidssteun die ten minste gelijk zijn aan de omvang van de nieuwe capaciteit;

b) de toevoegingen van nieuwe capaciteit aan de vloot met na 1 januari 2003 verleende overheidssteun voordien gecompenseerd worden door onttrekkingen zonder overheidssteun die:

i) ten minste gelijk zijn aan de omvang van de nieuwe capaciteit, voor de toevoeging van nieuwe vaartuigen van hoogstens 100 GT, dan wel

ii) ten minste 1,35 maal de omvang van die nieuwe capaciteit bedragen, voor de toevoeging van nieuwe vaartuigen van meer dan 100 GT.

2. Van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004 zal elke lidstaat die nieuwe overheidssteunverplichtingen aangaat voor vlootvernieuwing na 31 december 2002 een vermindering van de totale capaciteit van zijn vloot bewerkstelligen van 3 % voor de hele periode in vergelijking met de in artikel 12 bedoelde referentieniveaus.

3. Er kunnen uitvoeringsregels voor dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30, lid 2.

Uitspraken die dit artikel aanhalen