Art. 8 Verordening (EG) nr. 1774/2002, Verzending van dierlijke bijproducten en verwerkte producten naar andere lidstaten
Verordening (EG) nr. 1774/2002
1. Dierlijke bijproducten en verwerkte producten worden uitsluitend onder de in de leden 2 tot en met 6 vastgestelde voorwaarden naar andere lidstaten verzonden.
2. De lidstaat van bestemming moet de ontvangst hebben toegestaan van categorie 1-materiaal, categorie 2-materiaal, verwerkte producten die afgeleid zijn van categorie 1- en categorie 2-materiaal, en verwerkte dierlijke eiwitten. De lidstaten kunnen als voorwaarde voor hun toestemming stellen dat vóór de verzending verwerkingsmethode 1 moet zijn toegepast.
3. De dierlijke bijproducten en de in lid 2 bedoelde verwerkte producten moeten:
a) vergezeld gaan van een handelsdocument of, wanneer deze verordening dat voorschrijft, een gezondheidscertificaat, en
b) rechtstreeks naar de installatie van bestemming worden vervoerd, die overeenkomstig deze verordening erkend moet zijn.
4. Wanneer lidstaten categorie 1-materiaal, categorie 2-materiaal, verwerkte producten die afgeleid zijn van categorie 1- en categorie 2-materiaal, en verwerkte dierlijke eiwitten naar andere lidstaten zenden, meldt de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong via het Animo-systeem, dan wel via een andere onderling overeengekomen methode, iedere zending aan de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming. De melding omvat de in bijlage II, hoofdstuk I, punt 2, genoemde gegevens.
5. Wanneer zij overeenkomstig lid 4 van de verzending in kennis is gesteld, meldt de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming via het Animo-systeem, dan wel via een andere onderling overeengekomen methode, de aankomst van iedere zending aan de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong.
6. Lidstaten van bestemming zorgen er door middel van regelmatige controles voor dat de aangewezen bedrijven op hun grondgebied de zendingen uitsluitend voor de toegestane doeleinden gebruiken en een volledige administratie bijhouden waaruit blijkt dat deze verordening wordt nageleefd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem 17 mei 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BT2910
- Rb. Roermond 13 juli 2011, ECLI:NL:RBROE:2011:BR0794
- Conclusie A-G Vegter 5 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1142
- Conclusie A-G Vegter 5 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1141
- Conclusie A-G Vegter 5 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1140
- Conclusie A-G Vegter 10 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:719
- Conclusie A-G Machielse 16 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1823
- Conclusie A-G Knigge 7 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH0049
- Conclusie A-G Knigge 7 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH0048
- Conclusie A-G Knigge 7 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH0047
- Conclusie A-G Knigge 7 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH0046
- Conclusie A-G Knigge 7 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH0045
- Hof 's-Hertogenbosch 23 augustus 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3951
- Hof 's-Hertogenbosch 23 augustus 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3950
- Hof 's-Hertogenbosch 23 augustus 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3949
- Hof 's-Hertogenbosch 23 augustus 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3948
- Hof 's-Hertogenbosch 9 oktober 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY1443