Art. 5, Categorie 2-materiaal

1. Onder categorie 2-materiaal wordt verstaan dierlijke bijproducten die aan de onderstaande beschrijving beantwoorden of materiaal dat dergelijke bijproducten bevat:

a) mest en de inhoud van het maagdarmkanaal:

b) al het dierlijke materiaal dat wordt opgevangen bij de behandeling van afvalwater van andere slachthuizen dan die welke onder artikel 4, lid 1, onder d), vallen, of van categorie 2-verwerkingsbedrijven, met inbegrip van zeefresten, materialen afkomstig van ontzanding, mengsels van olie en vet, slib en materialen verwijderd uit de afvoerleidingen van deze bedrijven;

c) producten van dierlijke oorsprong die residuen bevatten van diergeneesmiddelen en contaminanten zoals bedoeld in groep B, punten 1 en 2, van bijlage I van Richtlijn 96/23/EG, indien dergelijke residuen het in de communautaire wetgeving toegestane niveau overschrijden;

d) andere producten van dierlijke oorsprong dan categorie 1-materiaal, ingevoerd uit derde landen, die tijdens de in de communautaire wetgeving voorgeschreven controle niet blijken te voldoen aan de veterinaire voorschriften voor invoer in de Gemeenschap, tenzij zij worden teruggezonden of tenzij de invoer ervan is toegestaan onder beperkende voorwaarden die in communautaire wetgeving zijn vastgesteld;

e) andere dieren en delen van dieren dan bedoeld in artikel 4, die anders dan door slachting voor menselijke consumptie sterven, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien;

f) mengsels van categorie 2-materiaal met categorie 3-materiaal, daaronder begrepen materiaal dat bestemd is om in een categorie 2-verwerkingsbedrijf te worden verwerkt; en

g) andere dierlijke bijproducten dan categorie 1-materiaal of categorie 3-materiaal.

2. Categorie 2-materiaal wordt zo spoedig mogelijk overeenkomstig artikel 7 verzameld, vervoerd en geïdentificeerd en, tenzij in de artikelen 23 en 24 iets anders is voorgeschreven,

a) wordt rechtstreeks als afval verwijderd door verbranding in een verbrandingsinstallatie die overeenkomstig artikel 12 is erkend;

b) wordt verwerkt in een verwerkingsbedrijf dat overeenkomstig artikel 13 is erkend, volgens de toepassing van een van de verwerkingsmethoden 1 tot en met 5, of, indien de bevoegde autoriteit zulks verlangt, volgens verwerkingsmethode 1, in welk geval het daaruit resulterende materiaal blijvend wordt gemerkt, indien technisch mogelijk met een geur, overeenkomstig bijlage VI, hoofdstuk I, en:

i) wordt rechtstreeks als afval verwijderd door verbranding of meeverbranding in een verbrandings- of meeverbrandingsinstallatie die overeenkomstig artikel 12 is erkend;

ii) wordt, in het geval van gesmolten vet, verder verwerkt tot vetderivaten voor gebruik in biologische meststoffen of bodemverbeteraars of voor ander technisch gebruik dan in cosmetische, farmaceutische en medische producten in een categorie 2-oleochemisch bedrijf dat overeenkomstig artikel 14 is erkend;

c) wordt verwerkt in een verwerkingsbedrijf dat overeenkomstig artikel 13 is erkend, volgens verwerkingsmethode 1, in welk geval het daaruit resulterende materiaal blijvend wordt gemerkt, indien technisch mogelijk met een geur, overeenkomstig bijlage VI, hoofdstuk I, en:

i) wordt, in het geval van het daaruit resulterende eiwitmateriaal, gebruikt als biologische meststof of als bodemverbeteraar overeenkomstig de eventuele voorschriften die na raadpleging van het betrokken wetenschappelijk comité volgens de in artikel 33, lid 2, bedoelde procedure zijn vastgesteld;

ii) wordt verwerkt in een biogasinstallatie of composteerinstallatie die overeenkomstig artikel 15 is erkend, of

iii) wordt verwijderd door begraving als afval op een stortplaats die overeenkomstig Richtlijn 1999/31/EG erkend is;

d) wordt, als het van vis afkomstig materiaal betreft, ingekuild of tot compost verwerkt overeenkomstig de voorschriften die zijn vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 2, bedoelde procedure;

e) wordt, als het gaat om mest, de inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal, melk en biest waarvan de bevoegde autoriteit niet denkt dat zij een ernstige overdraagbare ziekte kunnen verspreiden:

i) onverwerkt gebruikt als grondstof in een biogasinstallatie of composteerinstallatie die overeenkomstig artikel 15 is erkend dan wel behandeld in een technisch bedrijf dat met het oog hierop is erkend overeenkomstig artikel 18, of

ii) op het land uitgereden met inachtneming van deze verordening, of

iii) verwerkt in een biogasinstallatie of tot compost verwerkt overeenkomstig de voorschriften die zijn vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 2, bedoelde procedure;

f) wordt, indien het hele kadavers of delen van wilde dieren betreft waarvan niet wordt vermoed dat zij met op mens of dier overdraagbare ziekten zijn besmet, gebruikt voor de productie van jachttrofeeën in een technisch bedrijf dat met het oog hierop is erkend overeenkomstig artikel 18; of

g) wordt verwijderd volgens een andere methode, dan wel gebruikt op een andere manier, in overeenstemming met de voorschriften die, na raadpleging van het betrokken wetenschappelijke comité, volgens de in artikel 33, lid 2, bedoelde procedure zijn vastgesteld. Die methode of die manier kan een aanvulling vormen op, dan wel in de plaats komen van, het bepaalde in de punten a) tot en met f).

3. Tussentijds hanteren of tijdelijk opslaan van ander categorie 2-materiaal dan mest, mag uitsluitend geschieden in intermediaire categorie 2-bedrijven die overeenkomstig artikel 10 zijn erkend.

4. Categorie 2-materiaal mag alleen in overeenstemming met deze verordening of met volgens de procedure van artikel 33, lid 2, vastgestelde voorschriften in de handel gebracht of uitgevoerd worden.

Uitspraken die dit artikel aanhalen