Art. 25 Verordening (EG) nr. 1774/2002, Interne controles
Verordening (EG) nr. 1774/2002
1. Exploitanten en eigenaars van intermediaire bedrijven en verwerkingsbedrijven, dan wel hun vertegenwoordigers, nemen alle nodige maatregelen om aan de bepalingen van deze verordening te voldoen. Zij dragen zorg voor de invoering, de uitvoering en de handhaving van een permanente procedure, ontwikkeld volgens de beginselen van het systeem van risicoanalyse en kritische controlepunten (HACCP). Zij moeten met name:
a) de kritische controlepunten in de bedrijven bepalen en controleren;
b) methoden voor monitoring en controle van dergelijke kritische controlepunten invoeren en toepassen;
c) in het geval van een verwerkingsbedrijf representatieve monsters nemen om te controleren:
i) voor iedere verwerkte partij, of aan de in deze verordening vastgestelde productnormen is voldaan, en
ii) of de volgens de communautaire wetgeving maximaal toegestane niveaus voor fysisch-chemische residuen niet zijn overschreden;
d) de resultaten van de onder b) en c) bedoelde controles en tests registreren en gedurende ten minste twee jaar bewaren, zodat zij aan de bevoegde autoriteiten kunnen worden overgelegd;
e) een systeem invoeren dat de traceerbaarheid van iedere verzonden partij waarborgt.
2. Wanneer de resultaten van een test op monsters die zijn genomen op grond van lid 1, onder c), niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze verordening, dient de exploitant van het verwerkingsbedrijf:
a) de bevoegde autoriteit onverwijld alle gegevens mee te delen over de aard van het monster en de partij waaruit het afkomstig is;
b) te bepalen als gevolg van welke oorzaak/oorzaken niet aan de voorschriften is voldaan;
c) de besmette partij onder toezicht van de bevoegde autoriteit opnieuw te verwerken of te verwijderen;
d) ervoor te zorgen dat besmet of vermoedelijk besmet materiaal het bedrijf niet verlaat voordat het onder toezicht van de bevoegde autoriteit opnieuw is verwerkt en er opnieuw officieel monsters zijn genomen teneinde te voldoen aan de normen die in deze verordening zijn vastgesteld, tenzij het is bestemd voor verwijdering;
e) de frequentie van de bemonstering en de controles op de productie op te voeren;
f) de voor het monster van het eindproduct relevante administratie over de dierlijke bijproducten te onderzoeken; en
g) het bedrijf op de juiste wijze te ontsmetten en te reinigen.
3. Er kunnen uitvoeringsbepalingen voor dit artikel, met inbegrip van bepalingen inzake de frequentie van controles en de referentiemethoden voor de microbiologisch analyses, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33, lid 2.