Art. 29 Verordening (EG) nr. 1774/2002, Verbodsbepalingen en naleving van communautaire bepalingen

Verordening (EG) nr. 1774/2002

1. De invoer en de doorvoer van dierlijke bijproducten en verwerkte producten anders dan overeenkomstig deze verordening is verboden.

2. De invoer in en de doorvoer door de Gemeenschap van de in de bijlagen VII en VIII bedoelde producten mogen alleen plaatsvinden wanneer dergelijke producten voldoen aan de bepalingen die zijn vastgesteld in de leden 3 tot en met 6.

3. De in de bijlagen VII en VIII bedoelde producten moeten, tenzij in deze bijlagen iets anders is bepaald, afkomstig zijn uit een derde land of een deel van een derde land dat voorkomt op een lijst die volgens de procedure van artikel 33, lid 2, wordt opgesteld en bijgewerkt.

De opgestelde lijst mag worden gecombineerd met andere lijsten die met het oog op de volksgezondheid en de gezondheid van dieren zijn opgesteld.

Bij het opstellen van deze lijst moet in het bijzonder rekening worden gehouden met:

a) de wetgeving van het derde land;

b) de organisatie van de bevoegde autoriteit en haar inspectiediensten in het derde land, de bevoegdheden van deze diensten, het toezicht op deze diensten en hun mogelijkheden om de toepassing van hun wetgeving doeltreffend te controleren;

c) de gezondheidsvoorschriften voor het produceren, vervaardigen, hanteren, opslaan en verzenden van producten van dierlijke oorsprong die voor de Gemeenschap bestemd zijn;

d) de waarborgen die het derde land kan geven met betrekking tot de naleving van de relevante gezondheidsvoorschriften;

e) de ervaring met het in de handel brengen van het product uit het derde land en de resultaten van invoercontroles;

f) de uitkomst van eventuele communautaire inspecties in het derde land;

g) de gezondheidsstatus van het vee, andere gedomesticeerde dieren en wilde dieren in het derde land, met name op het punt van exotische dierziekten en aspecten van de algemene gezondheidssituatie in het land die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid en de gezondheid van dieren in de Gemeenschap;

h) de regelmaat en snelheid waarmee het derde land informatie verschaft over infectieuze of besmettelijke dierziekten op zijn grondgebied, met name de ziekten die worden vermeld in lijst A en lijst B van het OIE of, in het geval van ziekten van aquacultuurdieren, de meldingsplichtige ziekten die worden genoemd in de Internationale Gezondheidscode voor aquatische dieren van het OIE;

i) de wetgeving in het derde land inzake de voorkoming en de bestrijding van infectieuze of besmettelijke dierziekten, alsmede de uitvoering ervan, met inbegrip van de bepalingen inzake de invoer uit andere landen.

4. De in de bijlagen VII en VIII bedoelde producten, met uitzondering van technische producten, moeten afkomstig zijn uit bedrijven die voorkomen op een lijst van de Gemeenschap die volgens de procedure van artikel 33, lid 2, is opgesteld aan de hand van een mededeling van de bevoegde autoriteiten van het derde land aan de Commissie, waarin wordt verklaard dat het bedrijf aan de bepalingen van de Gemeenschap voldoet en dat een officiële inspectiedienst in het derde land toezicht houdt op het bedrijf.

Goedgekeurde lijsten worden als volgt gewijzigd:

a) De Commissie stelt de lidstaten binnen vijf werkdagen na ontvangst van het voorstel in kennis van de door het betrokken derde land in de lijsten van bedrijven voorgestelde wijzigingen;

b) de lidstaten delen de Commissie binnen zeven werkdagen na ontvangst van de onder a) bedoelde voorgestelde wijzigingen in de lijsten van bedrijven schriftelijk hun opmerkingen mee;

c) wanneer ten minste één lidstaat schriftelijke opmerkingen maakt, stelt de Commissie de lidstaten binnen vijf werkdagen daarvan in kennis en zet zij het punt op de agenda van de volgende vergadering van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid;

d) wanneer de Commissie binnen de onder b) bedoelde termijn geen opmerkingen van de lidstaten ontvangt, worden de voorgestelde wijzigingen van de lijst geacht door de lidstaten te zijn aanvaard. De Commissie stelt de lidstaten binnen vijf werkdagen daarvan in kennis en na verloop van vijf werkdagen na de dag waarop de lidstaten deze kennisgeving hebben ontvangen, wordt de invoer van producten uit de betrokken bedrijven toegestaan.

5. De in bijlage VIII bedoelde technische producten moeten afkomstig zijn uit bedrijven die door de bevoegde autoriteiten van de derde landen zijn erkend en geregistreerd.

6. Zendingen van in de bijlagen VII en VIII bedoelde producten moeten, tenzij in deze bijlagen iets anders is bepaald, vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat van het model in bijlage X, waarin wordt verklaard dat de producten aan de in die bijlagen genoemde bepalingen voldoen en afkomstig zijn uit bedrijven waar volgens die bepalingen wordt gewerkt.

7. In afwachting van de opstelling van de in lid 4 bedoelde lijst en de aanneming van de in lid 6 bedoelde modellen van certificaten, mogen de lidstaten de in Richtlijn 97/78/EG bepaalde controles en de krachtens de bestaande nationale regelgeving vereiste certificaten handhaven.