Art. 6 Verordening (EG) nr. 1490/2002, Indiening en controle van gegevenslijsten
Verordening (EG) nr. 1490/2002
1. Uiterlijk op 23 mei 2003 moeten de kennisgevers de gegevenslijsten voor de in bijlage I opgenomen werkzame stoffen bij de als rapporteur optredende lidstaat en een kopie daarvan bij de EAVV hebben ingediend.
Wanneer er voor een in bijlage I opgenomen werkzame stof meer dan één kennisgeving is, stellen de betrokken kennisgevers alles in het werk wat redelijkerwijs mogelijk is om deze gegevenslijsten collectief in te dienen.
Wanneer een gegevenslijst niet door alle betrokken kennisgevers collectief wordt ingediend, moet daarin melding worden gemaakt van de geleverde inspanningen en van de redenen waarom sommige kennisgevers niet hebben meegewerkt.
Wanneer van een werkzame stof kennisgeving wordt gedaan door meer dan één kennisgever, moeten de kennisgevers voor elk onderzoek waarbij gewervelde dieren betrokken zijn, nauwkeurig aangeven welke inspanningen zijn geleverd om te voorkomen dat hetzelfde onderzoek in duplo wordt uitgevoerd en moeten zij eventueel de redenen vermelden waarom een onderzoek toch in duplo is verricht.
2. De gegevenslijsten worden opgesteld in de vorm die is vastgesteld volgens de in artikel 19 van Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde procedure. Het volledige gegevenspakket zoals omschreven in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 451/2000, wordt ter beschikking gehouden door de kennisgevers. Op schriftelijk verzoek van de als rapporteur optredende lidstaat of van de Commissie zorgt de kennisgever ervoor dat het gevraagde volledige gegevenspakket of het gevraagde deel daarvan onverwijld wordt ingediend.
3. De als rapporteur optredende lidstaat onderzoekt de ingediende gegevenslijsten teneinde daaruit af te leiden of een volledig gegevenspakket beschikbaar is om te worden ingediend. Wanneer de als rapporteur optredende lidstaat vermoedt dat voor een bepaalde werkzame stof geen volledig gegevenspakket beschikbaar is om te worden ingediend, verzoekt hij de kennisgever onverwijld een volledig gegevenspakket in te dienen en controleert hij of het volledig is. De als rapporteur optredende lidstaat brengt binnen drie maanden na ontvangst van de gegevenslijsten bij de Commissie verslag uit over de controles.
4. De als rapporteur optredende lidstaat stelt de Commissie onverwijld in kennis van die gevallen waarin volgens hem voor een werkzame stof geen volledig gegevenspakket beschikbaar is. Volgens de procedure van artikel 19 van Richtlijn 91/414/EEG wordt besloten of een volledig gegevenspakket beschikbaar is.
5. Wanneer wordt geoordeeld dat geen volledig gegevenspakket beschikbaar is voor een bepaalde werkzame stof, besluit de Commissie overeenkomstig artikel 8, lid 2, vierde alinea, van Richtlijn 91/414/EEG de betrokken werkzame stof niet op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG.
6. Tenzij de Commissie de kennisgever meedeelt dat voor een bepaalde werkzame stof geen volledig gegevenspakket beschikbaar is, dient de kennisgever de in artikel 7, leden 2 en 3, bedoelde dossiers in binnen de in artikel 7, lid 1, vastgestelde termijn.