Art. 1, Werkingssfeer
1. Bij deze verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de derde fase van het werkprogramma zoals bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG met betrekking tot de verdere evaluatie van de werkzame stoffen waarvan kennis is gegeven op grond van Verordening (EG) nr. 451/2000.
2. Het bepaalde in artikel 6, leden 2 en 3 en lid 4, tweede alinea, van Richtlijn 91/414/EEG geldt niet voor een in bijlage I opgenomen stof zolang de procedures waarin deze verordening voor die stoffen voorziet, niet zijn afgewikkeld.
3. Deze verordening geldt onverminderd:
a) verificaties door de lidstaten van de in bijlage I opgenomen werkzame stoffen, met name in het kader van verlengingen van toelatingen overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Richtlijn 91/414/EEG;
b) herzieningen door de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 5, van Richtlijn 91/414/EEG;
c) beoordelingen op grond van Richtlijn 79/117/EEG.