Art. 10 Verordening (EG) nr. 1490/2002, Evaluatie door de als rapporteur optredende lidstaat

Verordening (EG) nr. 1490/2002

1. De als rapporteur optredende lidstaat evalueert en behandelt in een verslag alleen die werkzame stoffen waarvoor ten minste één dossier als volledig is beschouwd overeenkomstig artikel 9. Voor die werkzame stoffen hebben de evaluatie en rapportering uitsluitend betrekking op de volledige dossiers en worden voor de overige dossiers uitsluitend de identiteit en de onzuiverheden van de werkzame stof gecontroleerd. De als rapporteur optredende lidstaat houdt rekening met de in de andere dossiers aanwezige informatie over potentieel gevaarlijke effecten, die overeenkomstig artikel 8 is ingediend door een kennisgever of een derde partij. De lidstaat dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twaalf maanden nadat het dossier als volledig is beschouwd, een ontwerp-verslag over zijn evaluatie van het dossier in bij de EAVV. Het ontwerp-evaluatieverslag wordt ingediend in de volgens de procedure van artikel 19 van Richtlijn 91/414/EEG aanbevolen vorm.

Terzelfder tijd beveelt de als rapporteur optredende lidstaat de Commissie aan om:

- hetzij de werkzame stof op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG, met vermelding van de voorwaarden voor de opneming;

- hetzij de werkzame stof niet op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG, met vermelding van de redenen voor de niet-opneming.

Met name neemt de als rapporteur optredende lidstaat voor elk punt van de bijlagen II en III bij Richtlijn 91/414/EEG in het ontwerp-evaluatieverslag een verwijzing op naar elk test- en studieverslag waarvan voor de evaluatie gebruik is gemaakt. Deze verwijzing heeft de vorm van een lijst van de test- en studieverslagen waarin worden vermeld: de titel, de auteur(s), de datum van het studie- of testverslag en de publicatiedatum, de voor de test of studie gehanteerde normen, de naam van de houder en, in voorkomend geval, de aanspraken die de houder of kennisgever maakt op gegevensbescherming. Met betrekking tot de andere in de kennisgeving opgenomen bronnen van werkzame stoffen waarvoor het dossier als niet volledig is beschouwd, moet in het verslag ook worden vermeld of kan worden geconcludeerd dat deze stoffen vergelijkbaar zijn in de zin van artikel 13, lid 5, van Richtlijn 91/414/EEG.

2. Onverminderd artikel 7 van Richtlijn 91/414/EEG wordt niet met de indiening van nieuwe dossiers ingestemd, behalve voor de in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 451/2000 bedoelde studies. De als rapporteur optredende lidstaat kan de kennisgevers evenwel verzoeken nadere gegevens te verstrekken die nodig zijn ter verduidelijking van het dossier. De als rapporteur optredende lidstaat bepaalt daarbij de termijn waarbinnen die informatie moet worden verstrekt; deze termijn heeft geen invloed op de termijn voor de indiening van het in lid 1 bedoelde verslag.

De als rapporteur optredende lidstaat kan vanaf het begin van het onderzoek van het dossier deskundigen van de EAVV raadplegen en kan andere lidstaten om aanvullende technische of wetenschappelijke informatie verzoeken ter ondersteuning van de evaluatie. De als rapporteur optredende lidstaat kan de evaluatie uitvoeren in samenwerking met een als co-rapporteur optredende lidstaat.

Wanneer de als rapporteur optredende lidstaat zijn ontwerp-evaluatieverslag aan de EAVV toezendt, verzoekt hij de kennisgevers terzelfder tijd een bijgewerkt beknopt dossier in te dienen bij de EAVV, de andere lidstaten en op verzoek ook bij de Commissie.

De lidstaten, de Commissie en de EAVV kunnen via de als rapporteur optredende lidstaat de kennisgevers verzoeken hun ook een bijgewerkt volledig dossier of delen daarvan toe te zenden.

3. Zodra een als rapporteur optredende lidstaat constateert dat hij niet bij machte zal zijn de in lid 1 vastgestelde termijn voor indiening van het ontwerp-evaluatieverslag bij de EAVV in acht te nemen, stelt hij de Commissie en de EAVV daarvan in kennis, met vermelding van de redenen voor de vertraging. Indien nodig kunnen bepaalde werkzame stoffen aan een andere lidstaat worden toegewezen volgens de procedure van artikel 19 van Richtlijn 91/414/EEG.

Vorige artikelen

Volgende artikelen