Art. 53 Verordening (EG) nr. 445/2002
1. De in artikel 48, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 bedoelde jaarlijkse voortgangsverslagen worden jaarlijks uiterlijk op 30 april bij de Commissie ingediend en hebben betrekking op het voorafgaande kalenderjaar.
Ieder voortgangsverslag bevat de volgende gegevens:
a) eventuele wijzigingen van de algemene voorwaarden die van belang zijn voor de uitvoering van het bijstandspakket, met name de voornaamste sociaal-economische ontwikkelingen of wijzigingen in nationale, regionale of sectoriële beleidsmaatregelen;
b) de voortgang bij de uitvoering van de maatregelen en prioriteiten in het licht van de operationele en specifieke doelstellingen ervan, uitgedrukt in kwantitatieve indicatoren;
c) de door de beheersautoriteit en door het toezichtscomité, indien dit bestaat, getroffen voorzieningen om de hoge kwaliteit en de doeltreffende tenuitvoerlegging te waarborgen, in het bijzonder met betrekking tot:
i) de werkzaamheden op het gebied van toezicht, financiële controle en evaluatie, met inbegrip van regelingen voor gegevensverzameling;
ii) een beknopt overzicht van de belangrijkste bij het beheer van de bijstand ondervonden problemen en de eventueel genomen maatregelen;
d) de maatregelen genomen om overeenstemming met de verschillende takken van communautair beleid te waarborgen.
2. De in lid 1, tweede alinea, onder b), bedoelde indicatoren volgen, voorzover mogelijk, de in de door de Commissie uitgewerkte richtsnoeren opgenomen gemeenschappelijke indicatoren. Wanneer blijkt dat aanvullende indicatoren nodig zijn om de voortgang ten opzichte van de doelstellingen van de programmeringsdocumenten voor plattelandsontwikkeling doeltreffend te kunnen volgen, moeten dergelijke indicatoren worden ingevoerd.