Art. 52 Verordening (EG) nr. 445/2002

Verordening (EG) nr. 445/2002

1. De begunstigden van steunmaatregelen voor investeringen die op grond van titel II, hoofdstukken I, VII, VIII en IX, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 worden genomen, kunnen de bevoegde betaalorganen om betaling van een voorschot verzoeken indien deze mogelijkheid in het programmeringsdocument is opgenomen. Van de publiekrechtelijke begunstigden mogen alleen gemeenten en verenigingen van gemeenten en publiekrechtelijke lichamen een voorschot ontvangen.

2. Het voorschot mag niet meer bedragen dan 20 % van de totale kosten van de investering en het betrokken voorschot wordt slechts uitgekeerd op voorwaarde dat een bankgarantie van 110 % van dat bedrag wordt gesteld.

Het betaalorgaan kan evenwel voor de in lid 1 bedoelde publiekrechtelijke begunstigden voor het in de eerste alinea vastgestelde percentage een gelijkwaardige schriftelijke zekerheid van hun autoriteit aanvaarden, overeenkomstig de in de lidstaten van kracht zijnde voorwaarden, mits deze autoriteit zich ertoe verbindt het door de zekerheid gedekte bedrag te betalen ingeval wordt vastgesteld dat de betrokkene geen recht heeft op het voorgeschoten bedrag.

3. De bankgarantie wordt vrijgegeven wanneer het bevoegde betaalorgaan vaststelt dat het bedrag van de werkelijke uitgaven voor de investering het bedrag van het voorschot overschrijdt.

4. De betaalorganen mogen van de volgende uitgaven het deel dat door de Gemeenschap wordt medegefinancierd bij het EOGFL, afdeling "Garantie", declareren:

a) het voorschot;

b) de werkelijke uitgaven die later aan begunstigden zijn uitgekeerd, verminderd met het reeds betaalde voorschot.

Vorige artikelen

Volgende artikelen