Art. 58 Verordening (EG) nr. 445/2002
1. In aanvragen om op oppervlakten of op dieren betrekking hebbende steun voor plattelandsontwikkeling die gescheiden van steunaanvragen zoals bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2419/2001, worden ingediend, worden alle oppervlakten en alle dieren van het bedrijf vermeld die voor de controle van de aanvragen uit hoofde van de betrokken maatregel van belang zijn, met inbegrip van die waarvoor geen steun wordt gevraagd.
2. Indien een steunmaatregel op het gebied van plattelandsontwikkeling op oppervlakten betrekking heeft, worden daarin individueel geïdentificeerde percelen genoemd. Tijdens de looptijd van een verbintenis mogen percelen waarvoor steun wordt verleend, niet door andere worden vervangen, tenzij in het programmeringsdocument iets anders is bepaald.
3. Wanneer de betalingsaanvraag wordt opgenomen in een steunaanvraag "oppervlakten" in het raam van het geïntegreerde beheers- en controlesysteem, draagt de lidstaat er zorg voor dat percelen waarvoor steun voor plattelandsontwikkeling wordt gevraagd, afzonderlijk in die steunaanvraag "oppervlakten" worden vermeld.
4. Landoppervlakten en dieren worden overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 3508/92 geïdentificeerd.
5. Bij meerjarige steun moet voor de betalingen na die voor het eerste jaar waarvoor de steun is aangevraagd, jaarlijks een nieuwe betalingsaanvraag worden ingediend, tenzij de lidstaat een procedure vaststelt die een doeltreffende verificatie zoals bedoeld in artikel 59, lid 1, mogelijk maakt.