Art. 23 Richtlijn 2002/83/EG, Categorieën van toegestane activa
1. De lidstaat van herkomst mag verzekeringsondernemingen alleen toestaan tegenover hun technische voorzieningen de volgende categorieën van activa te stellen:
A. Beleggingen
a) obligaties en andere geld- en kapitaalmarktinstrumenten;
b) leningen;
c) aandelen en andere niet-vastrentende deelnemingen;
d) rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) en deelnemingen in andere beleggingsfondsen;
e) terreinen en gebouwen, alsmede zakelijke rechten op onroerende zaken;
B. Vorderingen
f) vorderingen op herverzekeraars, met inbegrip van het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen;
g) deposito's bij en vorderingen op cederende ondernemingen;
h) vorderingen op verzekeringnemers en tussenpersonen uit hoofde van directe verzekeringstransacties en herverzekeringstransacties;
i) voorschotten op polissen;
j) belastingtegoeden;
k) vorderingen op garantiefondsen;
C. Andere activa
l) materiële vaste activa, andere dan terreinen en gebouwen, op grond van een voorzichtige afschrijving;
m) kasmiddelen en bank- en girosaldi, deposito's bij kredietinstellingen of bij andere instellingen die vergunning hebben om deposito's te ontvangen;
n) overlopende acquisitiekosten;
o) lopende interest en huur en andere overlopende posten;
p) zakelijke rechten waarvan het genot is uitgesteld.
2. Voor de "association of underwriters known as Lloyd's" omvatten de categorieën activa eveneens de garanties en "letters of credit" die zijn afgegeven door kredietinstellingen in de zin van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad(17) of door verzekeringsondernemingen, alsook de aantoonbare bedragen die voortkomen uit levensverzekeringspolissen voorzover zij aan de leden toebehorende fondsen vertegenwoordigen.
3. Opname van activa of van een categorie activa in de lijst van lid 1 betekent niet dat al deze activa automatisch moeten worden toegestaan als dekking van de technische voorzieningen. De lidstaat van herkomst werkt meer gedetailleerde regels uit waarin de voorwaarden voor het gebruik van de toelaatbare activa worden vastgelegd; in dit verband kan hij, met name voor de vorderingen op herverzekeraars, zakelijke zekerheden of garanties verlangen.
De lidstaat van herkomst neemt bij het vaststellen en toepassen van deze regels in het bijzonder de volgende beginselen in acht:
i) activa die als dekking voor de technische voorzieningen fungeren, worden gewaardeerd met aftrek van de voor de acquisitie van deze activa aangegane schulden;
ii) alle activa moeten met de nodige voorzichtigheid worden gewaardeerd, rekening houdend met het risico van niet-realisatie. In het bijzonder mogen materiële vaste activa, andere dan terreinen en gebouwen, alleen als dekking van de technische voorzieningen dienen als zij worden gewaardeerd op basis van een voorzichtige afschrijving;
iii) leningen aan ondernemingen, een staat, een internationale instelling, een lokaal of regionaal bestuur, dan wel aan natuurlijke personen, kunnen alleen worden aanvaard als dekking van de technische voorzieningen indien er sprake is van voldoende sterke garanties, die kunnen berusten op de hoedanigheid van de kredietnemer, hypotheken, garanties van kredietinstellingen of verzekeringsondernemingen dan wel andere zekerheden;
iv) afgeleide instrumenten als opties, "futures" en "swaps" ten aanzien van tegenover de technische voorzieningen staande activa, kunnen worden gebruikt voorzover zij het beleggingsrisico helpen beperken of een efficiënt portefeuillebeheer mogelijk maken. Deze instrumenten moeten op voorzichtige grondslag worden gewaardeerd en kunnen in aanmerking worden genomen bij de waardering van de onderliggende activa;
v) effecten die niet op een gereglementeerde markt worden verhandeld, worden alleen als dekking van de technische voorzieningen aanvaard wanneer zij op korte termijn kunnen worden gerealiseerd, of indien het gaat om deelnemingen in kredietinstellingen, in verzekeringsondernemingen, voorzover toegestaan bij artikel 6, en in beleggingsondernemingen die in een lidstaat gevestigd zijn;
vi) vorderingen op een derde mogen alleen tegenover de technische voorzieningen worden gesteld na aftrek van de schulden op die derde;
vii) het bedrag van de vorderingen die tegenover de technische voorzieningen mogen worden gesteld, moet met de nodige voorzichtigheid worden berekend, rekening houdend met het risico van niet-realisatie. In het bijzonder zijn vorderingen op verzekeringnemers en tussenpersonen uit hoofde van directe verzekeringstransacties en herverzekeringstransacties slechts toegestaan voorzover zij sedert minder dan drie maanden daadwerkelijk opeisbaar zijn;
viii) wanneer de activa betrekking hebben op een belegging in een dochteronderneming die, voor rekening van de verzekeringsonderneming, alle of een deel van de beleggingen van deze verzekeringsonderneming beheert, houdt de lidstaat van herkomst voor de toepassing van de regels en de beginselen van dit artikel rekening met de onderliggende activa in het bezit van de dochteronderneming; de lidstaat van herkomst mag dezelfde behandeling toepassen op de door andere dochterondernemingen gehouden activa;
ix) overlopende acquisitiekosten worden alleen als dekking van de technische voorzieningen toegestaan indien zulks strookt met de methoden voor berekening van de wiskundige voorzieningen.
4. Onverminderd het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 kan de lidstaat van herkomst bij een naar behoren met redenen omkleed besluit in uitzonderlijke omstandigheden op verzoek van de verzekeringsonderneming gedurende een bepaalde periode andere categorieën van activa toestaan voor het dekken van de technische voorzieningen, mits artikel 22 in acht wordt genomen.