Art. 28, Vereiste solvabiliteitsmarge

1. Onverminderd artikel 29, wordt de vereiste solvabiliteitsmarge bepaald als aangegeven in de leden 2 tot en met 7, al naargelang de uitgeoefende branches.

2. Voor de verzekeringen bedoeld in artikel 2, punt 1, onder a) en b), behalve de verzekeringen die verbonden zijn met beleggingsfondsen, en voor de verrichtingen bedoeld in artikel 2, punt 3, is de vereiste solvabiliteitsmarge gelijk aan de som van de uitkomsten van de volgende twee berekeningen:

a) Eerste berekening:

een component van 4 % van de wiskundige voorzieningen met betrekking tot het directe verzekeringsbedrijf en tot de geaccepteerde herverzekeringen zonder aftrek van de overdrachten uit hoofde van herverzekering wordt vermenigvuldigd met het getal dat de voor het laatste boekjaar bestaande verhouding aangeeft tussen de wiskundige voorzieningen onder aftrek van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en het brutobedrag van de wiskundige voorzieningen; dit verhoudingsgetal mag in geen geval lager zijn dan 85 %;

b) Tweede berekening:

voor overeenkomsten waarbij het risicokapitaal niet negatief is, wordt een component van 0,3 % van dit kapitaal dat ten laste komt van de verzekeringsonderneming, vermenigvuldigd met het getal dat de voor het laatste boekjaar bestaande verhouding aangeeft tussen het risicokapitaal dat ten laste van de onderneming blijft, na overdracht en retrocessie uit hoofde van herverzekering, en het risicokapitaal zonder aftrek van de herverzekering; dit verhoudingsgetal mag in geen geval lager zijn dan 50 %.

Voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden, met een looptijd van ten hoogste drie jaar, bedraagt deze component 0,1 %; voor verzekeringen met een looptijd van meer dan drie, doch niet meer dan vijf jaar, bedraagt deze component 0,15 %.

3. Voor de aanvullende verzekeringen bedoeld in artikel 2, punt 1, onder c), is de vereiste solvabiliteitsmarge gelijk aan de vereiste solvabiliteitsmarge voor schadeverzekeringsondernemingen zoals vastgesteld bij artikel 16 bis van Richtlijn 73/239/EEG, waarbij het bepaalde in artikel 17 van genoemde richtlijn niet van toepassing is.

4. Voor de niet-opzegbare ziekteverzekering van lange duur bedoeld in artikel 2, punt 1, onder d), is de vereiste solvabiliteitsmarge gelijk aan:

a) een component van 4 % van de wiskundige voorzieningen, berekend overeenkomstig lid 2, onder a), van dit artikel, plus

b) de vereiste solvabiliteitsmarge voor schadeverzekeringsondernemingen zoals vastgesteld bij artikel 16 bis van Richtlijn 73/239/EEG, waarbij het bepaalde in artikel 17 van genoemde richtlijn niet van toepassing is. De in artikel 16 bis, lid 6, onder b), van die richtlijn gestelde voorwaarde dat een ouderdomsvoorziening wordt gevormd, kan echter worden vervangen door een bepaling dat de activiteit in het kader van een groep wordt uitgeoefend.

5. Voor de kapitalisatieverrichtingen bedoeld in artikel 2, punt 2, onder b), is de vereiste solvabiliteitsmarge gelijk aan 4 % van de wiskundige voorzieningen, berekend overeenkomstig lid 2, onder a), van dit artikel.

6. Voor de tontineverrichtingen bedoeld in artikel 2, punt 2, onder a), is de vereiste solvabiliteitsmarge gelijk aan 1 % van het vermogen van de deelgenootschappen.

7. Voor de in artikel 2, punt 1, onder a) en b), bedoelde verzekeringen die verbonden zijn met beleggingsfondsen en voor de verrichtingen als bedoeld in artikel 2, punt 2, onder c), d) en e), is de vereiste solvabiliteitsmarge gelijk aan de som van:

a) voorzover de verzekeringsonderneming een beleggingsrisico draagt, een component van 4 % van de technische voorzieningen, berekend overeenkomstig lid 2, onder a), van dit artikel;

b) voorzover de onderneming geen beleggingsrisico draagt maar het bedrag ter dekking van de beheerslasten vast is voor een periode van meer dan vijf jaar, een component van 1 % van de technische voorzieningen, berekend overeenkomstig lid 2, onder a), van dit artikel;

c) voorzover de onderneming geen beleggingsrisico draagt en het bedrag ter dekking van de beheerslasten vast is voor een periode van vijf jaar of minder, een bedrag dat gelijk is aan 25 % van de nettobeheerskosten in verband met dergelijke verrichtingen in het voorgaande boekjaar;

d) voorzover de verzekeringsonderneming een overlijdensrisico dekt, een component van 0,3 % van het risicokapitaal, berekend overeenkomstig lid 2, onder b), van dit artikel.

Uitspraken die dit artikel aanhalen