Art. 19 Richtlijn 2002/83/EG, Scheiding van levens- en schadeverzekeringsbeheer

Richtlijn 2002/83/EG

1. Het in artikel 18, lid 3, vermelde gescheiden beheer dient zodanig te zijn opgezet dat de in deze richtlijn bedoelde werkzaamheden en die welke worden beoogd in Richtlijn 73/239/EEG gescheiden zijn, opdat:

- de belangen van onderscheidenlijk hen die uit hoofde van levensverzekering en hen die uit hoofde van schadeverzekering verzekerd zijn, niet worden geschaad, en met name opdat de winsten uit de levensverzekering aan degenen die een levensverzekering hebben gesloten ten goede komen alsof de verzekeringsonderneming uitsluitend de levensverzekering beoefent;

- de financiële minimumverplichtingen, met name de solvabiliteitsmarges die voor een werkzaamheid zijn opgelegd hetzij krachtens deze richtlijn, hetzij krachtens Richtlijn 73/239/EEG, niet door de andere werkzaamheid worden gedragen.

Zodra aan de financiële minimumverplichtingen is voldaan overeenkomstig de voorwaarden van de eerste alinea, tweede streepje, en onder voorbehoud van kennisgeving ervan aan de bevoegde autoriteit, mag de onderneming echter de nog beschikbare expliciete bestanddelen van de solvabiliteitsmarge voor deze of gene werkzaamheid gebruiken.

De bevoegde autoriteiten zien er via analyse van de resultaten van de twee werkzaamheden op toe dat het bepaalde in dit lid wordt nageleefd.

2. a) De boekingen moeten zodanig worden gedaan dat de bronnen van de resultaten van elk der twee werkzaamheden "levensverzekering" en "schadeverzekering" tot uiting komen. Te dien einde worden alle inkomsten (met name premies, uitbetalingen van herverzekeraars, inkomsten uit investeringen) en uitgaven (met name verzekeringsuitkeringen, stortingen in de technische voorzieningen, herverzekeringspremies, huishoudelijke uitgaven voor de verzekeringsverrichtingen) op basis van hun oorsprong onderverdeeld. De bestanddelen welke beide werkzaamheden gemeen hebben worden geboekt volgens een verdeelsleutel die door de bevoegde autoriteiten moet zijn aanvaard.

b) De verzekeringsondernemingen moeten aan de hand van de boekingen een document opstellen waarin afzonderlijk is aangegeven welke bestanddelen behoren tot elk der solvabiliteitsmarges overeenkomstig artikel 27 van deze richtlijn en artikel 16, lid 1, van Richtlijn 73/239/EEG.

3. Wanneer één van de solvabiliteitsmarges ontoereikend is, passen de bevoegde autoriteiten op de werkzaamheid in kwestie de maatregelen van de desbetreffende richtlijn toe, ongeacht de resultaten van de andere werkzaamheid. In afwijking van lid 1, eerste alinea, tweede streepje, kunnen deze maatregelen vergunning tot een overdracht van de ene werkzaamheid naar de andere inhouden.