Art. 40 Verordening (EG) nr. 2535/2001
Verordening (EG) nr. 2535/2001
1. De voorschriften die moeten worden toegepast met betrekking tot het invullen van het certificaat IMA 1, de monitoring van het gewicht en het vetgehalte van de boter en de aan die monitoring te verbinden gevolgen zijn vastgesteld in bijlage IV.
De overeenkomstig artikel 38, onder a), meegedeelde procédéspecifieke standaardafwijking van het vetgehalte als bedoeld in punt 1, onder e), van bijlage IV moet door de Commissie worden goedgekeurd en de lijst van deze standaardafwijkingen wordt aan de lidstaten meegedeeld samen met de datum van inwerkingtreding ervan voor de afgifte van de certificaten IMA 1.
De procédéspecifieke standaardafwijking moet geldig zijn voor ten minste één jaar tenzij buitengewone omstandigheden die door de Nieuw-Zeelandse met de afgifte van certificaten IMA 1 belaste instelling onder de aandacht van de Commissie worden gebracht, een rechtvaardiging vormen voor een wijziging, die door de Commissie moet worden goedgekeurd.
Elke door de Commissie goedgekeurde gewijzigde of aanvullende procédéspecifieke standaardafwijking wordt aan de lidstaten meegedeeld samen met de datum van inwerkingtreding voor de afgifte van de certificaten IMA 1.
2. De lidstaten delen de resultaten van de overeenkomstig bijlage IV uitgevoerde monitoring aan de Commissie mee met gebruikmaking van het in bijlage V vastgestelde standaardformulier, zulks voor elk kwartaal uiterlijk op de tiende van de daaropvolgende maand.