Art. 38 Verordening (EG) nr. 2535/2001
Verordening (EG) nr. 2535/2001
Behalve in de in artikel 33, lid 1, onder a) tot en met e) genoemde omstandigheden kan een met de afgifte belaste instelling slechts in bijlage XII worden opgenomen indien zij:
a) zich ertoe verbindt om de Commissie in kennis te stellen van de in bijlage IV, punt 1, onder e), bedoelde procédéspecifieke standaardafwijking van het vetgehalte van de Nieuw-Zeelandse boter die door elke producent als bedoeld in bijlage IV, punt 1, onder a), overeenkomstig elke productaankoopspecificatie wordt bereid;
b) zich ertoe verbindt om een kopie van elk geviseerd certificaat IMA 1 voor de totale erdoor gedekte hoeveelheid op de datum van afgifte maar uiterlijk binnen 7 dagen na die datum en, in voorkomend geval, een kennisgeving van een annulering, correctie of wijziging per fax aan de bevoegde instantie voor afgifte van het Verenigd Koninkrijk te doen toekomen;
c) zich ertoe verbindt om de volgende informatie aan de instantie van afgifte van het Verenigd Koninkrijk te verstrekken vóór de 10de van de daaropvolgende maand voor elke maand in de periode van januari tot en met oktober, en vóór de vrijdag van de daaropvolgende week voor elke week of elk deel van een week in de maanden november en december, afzonderlijk voor de voor het lopende en het volgende contingentjaar afgegeven certificaten IMA 1:
i) het aantal in de betrokken maand of week, naar gelang van het geval, afgegeven certificaten IMA 1 met de identificatienummers ervan en de door deze certificaten gedekte hoeveelheden, samen met het totale aantal voor het betrokken contingentjaar afgegeven certificaten en de daardoor gedekte hoeveelheden, en
ii) een kennisgeving van de annulering, correctie of wijziging van die certificaten IMA 1 of de afgifte van kopieën van certificaten IMA 1 overeenkomstig het bepaalde in bijlage VIII, punten 1, 2, 4 en 5, en in artikel 32, lid 1, alsmede alle relevante bijzonderheden daarover.