Art. 20, Controleverslag

1. Van elke controle ter plaatse wordt een controleverslag opgesteld aan de hand waarvan de bijzonderheden van de controle kunnen worden nagetrokken. In het verslag worden met name de volgende gegevens vermeld:

a) de gecontroleerde steunregelingen en -aanvragen;

b) de aanwezige personen;

c) de gecontroleerde percelen landbouwgrond, de opgemeten percelen landbouwgrond en de meetresultaten per perceel landbouwgrond, alsmede de gebruikte meettechnieken;

d) het aantal aanwezige dieren per diersoort, en in voorkomend geval de gecontroleerde oormerknummers, gegevens in het register en in het gecomputeriseerde gegevensbestand en bewijsstukken, alsmede het resultaat van de controles, en in voorkomend geval, bijzondere opmerkingen betreffende afzonderlijke dieren en/of hun identificatiecode.

e) of het bedrijfshoofd van de controle in kennis was gesteld en, zo ja, hoelang van tevoren;

f) gegevens betreffende eventuele andere verrichte controles.

2. Het bedrijfshoofd of zijn vertegenwoordiger moet in de gelegenheid worden gesteld het verslag te ondertekenen om aldus te bevestigen dat hij bij de controle aanwezig was, en er opmerkingen over de controle aan toe te voegen. Wanneer onregelmatigheden worden vastgesteld, wordt aan het bedrijfshoofd een afschrift van het verslag verstrekt.

Ten aanzien van door middel van teledetectie overeenkomstig artikel 23 uitgevoerde controles ter plaatse kunnen de lidstaten besluiten dat het bedrijfshoofd of zijn vertegenwoordiger niet in de gelegenheid behoeft te worden gesteld het controleverslag te ondertekenen indien geen onregelmatigheden worden ontdekt.

Afdeling II

Controles ter plaatse van de steunaanvragen "oppervlakten"

Uitspraken die dit artikel aanhalen