Art. 18, Controlepercentages

1. De controles ter plaatse betreffen jaarlijks ten minste:

a) 5 % van alle bedrijfshoofden die een steunaanvraag "oppervlakten" indienen;

b) 5 % van alle bedrijfshoofden die een steunaanvraag "dieren" in het kader van de steunregelingen voor rundvee indienen, tenzij het gecomputeriseerde gegevensbestand op het punt van betrouwbaarheid en uitvoering van de desbetreffende voorschriften niet voldoende waarborgen biedt voor een deugdelijk beheer van de betrokken steunregelingen, in welk geval dit percentage wordt verhoogd tot 10 %. De controles ter plaatse omvatten ook ten minste 5 % van alle dieren per steunregeling waarvoor een aanvraag wordt ingediend.

c) 10 % van alle bedrijfshoofden die een steunaanvraag "dieren" in het kader van de premieregeling voor schapen en geiten indienen.

2. Indien bij controles ter plaatse met betrekking tot een bepaalde steunregeling of in een regio of deelregio belangrijke onregelmatigheden worden vastgesteld, verrichten de bevoegde instanties in het lopende jaar extra controles en verhogen zij bovendien het percentage bedrijfshoofden bij wie in het volgende jaar een controle ter plaatse moet worden verricht.

3. Wanneer is bepaald dat onderdelen van een controle ter plaatse door middel van een steekproef mogen worden uitgevoerd, moet deze steekproef een betrouwbaar en representatief controleniveau waarborgen. De lidstaten bepalen de criteria voor de samenstelling van de steekproef. Komen bij de steekproeven onregelmatigheden aan het licht, dan wordt de steekproef dienovereenkomstig uitgebreid.

Uitspraken die dit artikel aanhalen