Art. 19 Verordening (EG) nr. 2419/2001, Selectie van de ter plaatse te controleren aanvragen
Verordening (EG) nr. 2419/2001
1. Aan de hand van een risicoanalyse en op basis van de representativiteit van de ingediende steunaanvragen bepaalt de bevoegde instantie bij welke bedrijfshoofden een controle ter plaatse moet worden verricht. Bij de risicoanalyse wordt rekening gehouden met:
a) de steunbedragen;
b) het aantal percelen landbouwgrond en de oppervlakte of het aantal dieren waarvoor de steun wordt aangevraagd;
c) de ontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar;
d) de controleresultaten in de voorgaande jaren;
e) het aantal gevallen waarin Verordening (EG) nr. 1760/2000 niet in acht is genomen;
f) de bedrijfshoofden die de voor de toekenning van steun relevante grenswaarden dicht benaderen;
g) vervangingen van dieren overeenkomstig artikel 37;
h) andere door de lidstaten te bepalen factoren.
Om de representativiteit te waarborgen selecteren de lidstaten door middel van een aselecte steekproef 20 tot 25 % van het minimumaantal bedrijfshoofden bij wie een controle ter plaatse moet worden uitgevoerd.
2. De bevoegde instantie maakt aantekening van de redenen waarom een bedrijfshoofd voor een controle ter plaatse is geselecteerd. De inspecteur die de controle ter plaatse moet verrichten, wordt hiervan vóór het begin van de controle in kennis gesteld.