Art. 8
1. De invoervergunningen, uitvoervergunningen en wederuitvoercertificaten dienen, rekening houdend met artikel 5, lid 3, tijdig te worden aangevraagd zodat zij kunnen worden afgegeven voordat de specimens de Gemeenschap worden binnengebracht c.q. uit de Gemeenschap worden uitgevoerd of wederuitgevoerd.
Er wordt pas toestemming verleend om de specimens aan een douaneprocedure te onderwerpen, nadat de vereiste documenten zijn overgelegd.
2. Wanneer specimens de Gemeenschap worden binnengebracht, worden de vereiste, van derde landen afkomstige documenten alleen als geldig beschouwd indien zij zijn afgegeven en voor de uitvoer of wederuitvoer van de specimens uit het betrokken land zijn gebruikt vóór het verstrijken van hun geldigheidsduur en indien zij niet later dan zes maanden na de afgiftedatum worden gebruikt voor het binnenbrengen van de specimens in de Gemeenschap.
Certificaten van oorsprong voor specimens van de in bijlage C bij Verordening (EG) nr. 338/97 genoemde soorten mogen evenwel tot twaalf maanden na de afgiftedatum ervan voor het binnenbrengen van de specimens in de Gemeenschap worden gebruikt.
3. In afwijking van lid 1, eerste alinea, en lid 2 en op voorwaarde dat de invoerder/(weder)uitvoerder de bevoegde administratieve instantie bij de aankomst respectievelijk vóór het vertrek van de betrokken zending in kennis stelt van de redenen waarom de vereiste documenten niet beschikbaar zijn, mogen in uitzonderlijke gevallen de documenten voor specimens van de in de bijlagen B en C bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten alsmede voor de in artikel 4, lid 5, van genoemde verordening bedoelde specimens van de in bijlage A bij die verordening opgenomen soorten met terugwerkende kracht worden afgegeven indien ten genoegen van de bevoegde administratieve instantie van de lidstaat - die daarover zo nodig overleg pleegt met de bevoegde instanties van derde landen - is aangetoond dat:
a) de (weder)uitvoerder en/of de invoerder niet verantwoordelijk zijn voor de onregelmatigheden die zich eventueel hebben voorgedaan;
b) de (weder)uitvoer c.q. invoer van de betrokken specimens voor het overige in overeenstemming is met de bepalingen van:
i) Verordening (EG) nr. 338/97;
ii) de overeenkomst, en
iii) de desbetreffende wetgeving van de betrokken derde landen.
4. Op de krachtens lid 3 afgegeven uitvoervergunningen en wederuitvoercertificaten wordt duidelijk vermeld dat zij met terugwerkende kracht zijn afgegeven en wordt de reden van deze afgifte vermeld. In het geval van communautaire invoervergunningen, uitvoervergunningen en wederuitvoercertificaten wordt deze vermelding aangebracht in vak 23.
5. De leden 2, 3 en 4, met uitzondering van lid 3, onder b), i), zijn overeenkomstig artikel 7, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 338/97 van overeenkomstige toepassing op specimens van de in de bijlagen A en B bij genoemde verordening opgenomen soorten die via de Gemeenschap worden doorgevoerd.
6. In het geval van kunstmatig gekweekte planten van de in de bijlagen B en C bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten en kunstmatig gekweekte hybriden van de in bijlage A bij genoemde verordening opgenomen, niet van een annotatie voorziene soorten mogen de lidstaten bepalen dat een fytosanitair certificaat wordt gebruikt in plaats van een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat. Wanneer zij door derde landen zijn afgegeven, worden dergelijke fytosanitaire certificaten in de plaats van een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat aanvaard.
7. Wanneer een fytosanitair certificaat zoals bedoeld in lid 6 wordt gebruikt, wordt daarop de wetenschappelijke naam op soortniveau of, indien zulks onmogelijk is in het geval van de taxa die als familie in de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 338/97 zijn opgenomen, op geslachtsniveau vermeld; kunstmatig gekweekte orchideeën en cactussen van bijlage B bij die verordening mogen als zodanig worden vermeld. Op de fytosanitaire certificaten worden ook het aantal specimens en de aard daarvan vermeld en zij worden voorzien van een stempel, zegel of andere specifieke vermelding luidens welke "de specimens kunstmatig zijn gekweekt overeenkomstig de omschrijving van CITES".