Art. 4 Verordening (EG) nr. 1808/2001
Verordening (EG) nr. 1808/2001
1. De formulieren worden in machineschrift ingevuld. De aanvragen voor de in artikel 2, leden 1 en 3, bedoelde vergunningen en certificaten, de in artikel 2, lid 2, bedoelde kennisgevingen van invoer en de in artikel 2, lid 4, bedoelde etiketten mogen evenwel met de hand worden ingevuld indien dit op leesbare wijze, in inkt en in blokletters geschiedt.
2. Met uitzondering van de aanvraagformulieren en de in artikel 2, lid 4, bedoelde etiketten mogen de formulieren geen schrappingen of overschrijvingen bevatten, tenzij deze met het stempel en de handtekening van de administratieve instantie van afgifte of - in het geval van de in artikel 2, lid 2, bedoelde kennisgevingen van invoer - met het stempel en de handtekening van het douanekantoor van invoer zijn gewaarmerkt.
3. In de vergunningen en certificaten alsmede in de aanvragen met het oog op de afgifte van deze documenten,
a) omvat de omschrijving van de specimens, voorzover daarin is voorzien, één van de in bijlage V vermelde codes;
b) worden voor het aangeven van de hoeveelheid en de nettomassa de in bijlage V vermelde eenheden gebruikt;
c) wordt voor het aangeven van de wetenschappelijke naam van de betrokken soorten gebruikgemaakt van de in bijlage VI vermelde standaardnomenclatuurwerken;
d) wordt waar nodig het doel van de transactie aangegeven door middel van één van de in punt 1 van bijlage VII vermelde codes;
e) wordt de oorsprong van de specimens aangegeven door middel van één van de in punt 2 van bijlage VII vermelde codes, en zulks - indien ten aanzien van het gebruik van die codes aan bepaalde in Verordening (EG) nr. 338/97 of in deze verordening vermelde criteria moet worden voldaan - uitsluitend overeenkomstig de bedoelde criteria.
4. Indien aan één van de in artikel 2 bedoelde formulieren een bijlage is gehecht die daarvan een integrerend deel uitmaakt, moeten zowel dit feit als het aantal bladzijden duidelijk op de betrokken vergunning of het betrokken certificaat worden vermeld en dient elke bladzijde van de bijlage te worden voorzien van:
a) het nummer van de vergunning of het certificaat en de datum van afgifte daarvan, en
b) de handtekening en het stempel of zegel van de instantie die de vergunning of het certificaat heeft afgegeven.
Indien het in artikel 2, lid 1, bedoelde formulier wordt gebruikt voor meer dan één soort die deel uitmaakt van een zending, dient daaraan een bijlage te worden gehecht die - naast de gegevens die zijn vereist krachtens het bepaalde in de eerste alinea van dit lid - voor elke soort die deel uitmaakt van de zending een duplicaat omvat van de vakken 8 tot en met 22 van het betrokken formulier alsmede van de ruimten in vak 27 van dat formulier waar de "werkelijk ingevoerde hoeveelheid/nettomassa" en in voorkomend geval het "aantal bij aankomst dode dieren" moeten worden ingevuld.
Indien het in artikel 2, lid 3, bedoelde formulier wordt gebruikt voor meer dan één soort, dient daaraan een bijlage te worden gehecht die - naast de gegevens die zijn vereist krachtens het bepaalde in de eerste alinea van dit lid - voor elke soort een duplicaat omvat van de vakken 4 tot en met 18 van het betrokken formulier.
5. De bepalingen van de leden 1 en 2, lid 3, onder c) en d), en lid 4 zijn eveneens van toepassing in samenhang met besluiten betreffende de aanvaardbaarheid van vergunningen en certificaten die door derde landen zijn afgegeven voor specimens die in de Gemeenschap worden binnengebracht. Indien dergelijke documenten betrekking hebben op specimens waarop vrijwillig vastgestelde uitvoerquota of door de conferentie der partijen bij de overeenkomst toegekende uitvoerquota van toepassing zijn, worden zij alleen aanvaard indien daarop het totale aantal specimens dat in het lopende jaar reeds is uitgevoerd - met inbegrip van die waarop de betrokken vergunning betrekking heeft - alsmede het quotum voor de betrokken soort zijn vermeld. Door derde landen afgegeven wederuitvoercertificaten worden voorts uitsluitend aanvaard indien daarop het land van herkomst en het nummer en de afgiftedatum van de desbetreffende uitvoervergunning alsmede, in voorkomend geval, het land van laatste wederuitvoer en het nummer en de afgiftedatum van het desbetreffende wederuitvoercertificaat zijn aangegeven of indien zij een bevredigende rechtvaardiging bevatten voor het niet vermelden van deze informatie.