Art. 19

1. In de contracten voor de levering van suikerbieten bestemd voor de suikerproductie wordt onderscheid gemaakt tussen de suikerbieten naargelang de daaruit vervaardigde suiker:

a) suiker van het A-quotum zal zijn,

b) suiker van het B-quotum zal zijn,

c) andere suiker dan A- of B-suiker zal zijn.

Voor elke onderneming stellen de suikerfabrikanten de lidstaat waarin de betrokken onderneming suiker produceert in kennis van:

- de onder a) bedoelde hoeveelheden suikerbieten waarvoor zij vóór de inzaai contracten hebben gesloten, alsmede het in het contract als grondslag opgenomen suikergehalte,

- het hiermee overeenkomende verwachte rendement.

De lidstaten kunnen aanvullende gegevens verlangen.

2. In afwijking van artikel 5, lid 2, onder b), is elke suikerfabrikant die niet vóór de inzaai contracten voor de levering van een met het A-quotum overeenstemmende hoeveelheid suikerbieten heeft afgesloten tegen de voor A-suikerbieten geldende minimumprijs, verplicht voor elke hoeveelheid suikerbieten die in de betrokken onderneming tot suiker wordt verwerkt, ten minste de genoemde minimumprijs te betalen.

3. In een sectorale overeenkomst kan met de instemming van de betrokken lidstaat van het bepaalde in de leden 1 en 2 worden afgeweken.

4. De algemene uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld in bijlage III.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en in voorkomend geval de criteria waaraan de fabrikanten zich moeten houden bij de verdeling tussen de suikerbietenverkopers van de hoeveelheden suikerbieten waarvoor zij vóór de inzaai contracten sluiten in de zin van lid 1, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 42, lid 2.

Uitspraken die dit artikel aanhalen