Art. 16 Verordening (EG) nr. 1260/2001

Verordening (EG) nr. 1260/2001

1. Wanneer voor een verkoopseizoen het krachtens artikel 15, leden 1 en 2, geconstateerde totale verlies niet volledig wordt gedekt door de ontvangsten uit de productieheffingen voor dat verkoopseizoen na toepassing van artikel 15, leden 3, 4 en 5, wordt, onverminderd artikel 4, bij de fabrikanten een aanvullende heffing geïnd die het gedeelte van het totale verlies dat niet wordt gedekt door bovengenoemde ontvangsten volledig dekt.

2. De aanvullende heffing wordt voor iedere onderneming die suiker, isoglucose of inulinestroop produceert, berekend door een nader te bepalen coëfficiënt toe te passen op het totale bedrag dat de onderneming aan productieheffingen verschuldigd is voor het betrokken verkoopseizoen. Deze coëfficiënt komt overeen met de verhouding voor de Gemeenschap tussen het overeenkomstig artikel 15, leden 1 en 2, geconstateerde totale verlies voor het betrokken verkoopseizoen en de ontvangsten uit de door de suikerfabrikanten, de isoglucosefabrikanten en de inulinestroopfabrikanten voor dat verkoopseizoen verschuldigde basisproductieheffingen en B-heffingen, met dien verstande dat dit verhoudingscijfer wordt verminderd met 1.

3. De aanvullende heffing wordt door de betrokken fabrikanten betaald vóór de 15e december die volgt op het verkoopseizoen waarvoor deze heffing verschuldigd is.

De suikerfabrikanten kunnen eisen dat de verkopers van in de Gemeenschap geproduceerde suikerbieten of in de Gemeenschap geproduceerd suikerriet hun een gedeelte van de geïnde aanvullende heffing vergoeden. Deze vergoeding mag ten hoogste gelijk zijn aan het maximumbedrag van de bijdrage van de verkopers van suikerbieten of suikerriet in de in artikel 15 bedoelde betaling van de basisproductieheffing en B-heffing voor het betrokken verkoopseizoen, na toepassing van de in lid 2 bedoelde coëfficiënt op dat bedrag.

De in de tweede alinea bedoelde vergoeding wordt betaald voor de uit hoofde van het betrokken verkoopseizoen geleverde suikerbieten. De betrokken partijen kunnen evenwel overeenkomen dat deze vergoeding wordt betaald voor de uit hoofde van het volgende verkoopseizoen geleverde suikerbieten.

4. Bij de in artikel 15, lid 2, bedoelde vaststellingen wordt rekening gehouden met de ontvangsten uit de inning van de in lid 1 genoemde aanvullende heffing.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, en met name de in lid 2 bedoelde coëfficiënt, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 42, lid 2.

Vorige artikelen

Volgende artikelen