Art. 22 Verordening (EG) nr. 1260/2001
Verordening (EG) nr. 1260/2001
1. Voor alle invoer in of uitvoer uit de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 1, onder a), b), c), d), f), g) en h), bedoelde producten moet een invoer- of uitvoercertificaat worden overgelegd.
Het certificaat wordt, onverminderd de bepalingen voor de toepassing van de artikelen 26 en 27, alsmede artikel 6, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2820/98(19), door de lidstaten afgegeven aan elke belanghebbende die erom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.
Het invoer- of uitvoercertificaat is geldig in de hele Gemeenschap. De afgifte van deze certificaten is afhankelijk van het stellen van een zekerheid, als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot in- of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat, welke zekerheid geheel of gedeeltelijk wordt verbeurd wanneer de transactie niet of slechts ten dele binnen deze termijn wordt uitgevoerd, behalve in geval van overmacht.
2. Volgens de procedure van artikel 42, lid 2:
a) kan de in lid 1 vastgestelde regeling worden uitgebreid tot de in artikel 1, lid 1, onder e), genoemde producten en
b) worden de geldigheidsduur van de certificaten en de andere uitvoeringsbepalingen van dit artikel vastgesteld, waarbij met name een termijn voor de afgifte van de certificaten kan worden bepaald.