Art. 18 Verordening (EG) nr. 1260/2001

Verordening (EG) nr. 1260/2001

1. Wanneer, na toepassing van artikel 15 en artikel 16 voor het verkoopseizoen 2000/2001, wordt geconstateerd dat het werkelijke totale verlies voor dat verkoopseizoen:

a) niet geheel wordt gedekt door de opbrengst van de productieheffing en, in voorkomend geval, de aanvullende heffing, worden de hieruit voortvloeiende financiële lasten opgeteld bij het verwachte totale verlies, als bedoeld in artikel 15, lid 1, onder e), voor het verkoopseizoen waarin die constatering plaatsvindt;

b) lager is dan de opbrengst van de productieheffing en, in voorkomend geval, de aanvullende heffing, wordt een met het betrokken verschil overeenkomend bedrag afgetrokken van het verwachte totale verlies of, naar gelang van het geval, opgeteld bij de verwachte ontvangsten uit de toepassing van artikel 15 en artikel 16 op het verkoopseizoen waarin die constatering plaatsvindt.

2. Wanneer de opbrengst van de basisproductieheffing minder bedraagt dan het maximumbedrag als bedoeld in artikel 15, lid 3, of wanneer de opbrengst van de B-heffing minder bedraagt dan het maximumbedrag als bedoeld in lid 4 van dat artikel, in voorkomend geval herzien volgens lid 5 van dat artikel, zijn de suikerfabrikanten verplicht de suikerbietenverkopers het verschil tussen het maximumbedrag van de betrokken heffing en het bedrag van de te innen heffing uit te keren, ten belope van 60 % van dit verschil.

Het per ton suikerbieten te betalen bedrag wordt vastgesteld voor de standaardkwaliteit.

De in artikel 5 bedoelde toeslagen en kortingen zijn op dit bedrag van toepassing.

3. De suikerfabrikanten in de Gemeenschap kunnen van de verkopers van in de Gemeenschap geproduceerd suikerriet voor een hoeveelheid suiker waarvoor de betrokken heffing wordt geïnd, vergoeding van de heffing eisen ten belope van 60 % van deze heffing.

4. De lidstaten gaan aan de hand van de door de suikerfabrikanten verstrekte gegevens na, of de betaling van de suikerbieten geschiedt in overeenstemming met de communautaire voorschriften terzake.

5. De voorschriften voor de toepassing van dit artikel worden volgens de procedure van artikel 42, lid 2, vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen