Art. 13 Verordening (EG) nr. 999/2001, Te nemen maatregelen zodra aanwezigheid van een TSE is vastgesteld
1. Is de aanwezigheid van een TSE officieel bevestigd, dan worden onverwijld de volgende maatregelen getroffen:
a) alle delen van het kadaver van het dier worden overeenkomstig bijlage V volledig vernietigd, behalve het materiaal dat overeenkomstig bijlage III, hoofdstuk B, onderdeel III, punt 2, voor de registers bewaard wordt;
b) er wordt een onderzoek uitgevoerd om overeenkomstig bijlage VII, punt 1, alle dieren te identificeren waarvoor een risico bestaat;
c) alle dieren en producten van dierlijke oorsprong bedoeld in bijlage VII, punt 2, die bij het onder b), bedoelde onderzoek zijn geïdentificeerd als zijnde een risico, worden overeenkomstig bijlage V, punten 3 en 4, gedood en volledig vernietigd.
In afwijking van dit lid kan een lidstaat andere maatregelen nemen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden, mits deze volgens de procedure van artikel 24, lid 2, zijn goedgekeurd.
2. Totdat de in lid 1, onder b) en c), bedoelde maatregelen volledig zijn uitgevoerd, wordt het bedrijf waarop het dier zich bevond toen de aanwezigheid van de TSE werd bevestigd, onder officieel toezicht geplaatst, en is voor elke verplaatsing van voor TSE's vatbare dieren en van producten van dierlijke oorsprong van en naar het bedrijf toestemming van de bevoegde autoriteit vereist zodat de betrokken dieren en de producten van dierlijke oorsprong onverwijld getraceerd en geïdentificeerd kunnen worden.
Indien uit bewijsmateriaal blijkt dat het bedrijf waarop het zieke dier zich bevond toen de aanwezigheid van de TSE werd bevestigd, waarschijnlijk niet het bedrijf is waar het dier aan de TSE was blootgesteld, kan de bevoegde autoriteit beslissen dat beide bedrijven, dan wel alleen het bedrijf waar de besmetting heeft plaatsgevonden, onder officieel toezicht worden/wordt geplaatst.
3. Lidstaten die de in artikel 12, lid 1, vijfde alinea, bedoelde alternatieve regeling toepassen, kunnen in afwijking van de eisen van lid 1, onder b) en c), volgens de procedure van artikel 24, lid 2, vrijgesteld worden van de verplichte toepassing van officiële maatregelen inzake het verbod op verplaatsingen van dieren, of van de eis om de dieren te doden en te vernietigen.
4. De eigenaars worden onverwijld vergoed voor dieren en voor producten van dierlijke oorsprong die overeenkomstig artikel 12, lid 2, en lid 1, onder a) en c), van dit artikel gedood, c.q. vernietigd zijn.
5. Onverminderd Richtlijn 82/894/EEG worden alle bevestigde gevallen van een andere TSE dan BSE jaarlijks aan de Commissie gemeld.
6. De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden volgens de procedure van artikel 24, lid 2, vastgesteld.