Art. 16 Verordening (EG) nr. 999/2001, In de handel brengen van producten van dierlijke oorsprong

Verordening (EG) nr. 999/2001

1. De bepalingen van dit artikel en bijlage VIII, hoofdstukken C en D en bijlage IX, hoofdstukken A, C, F en G gelden niet voor het in de handel brengen of, in voorkomend geval, de uitvoer van de volgende van gezonde herkauwers afkomstige producten van dierlijke oorsprong:

a) producten van dierlijke oorsprong die onder artikel 15 vallen, met name sperma, embryo's en eicellen;

b) i) rauwe melk als gedefinieerd in Richtlijn 92/46/EEG(13):

ii) melk voor de vervaardiging van producten op basis van melk als gedefinieerd in Richtlijn 92/46/EEG,

iii) warmtebehandelde consumptiemelk als gedefinieerd in Richtlijn 92/46/EEG,

iv) dicalciumfosfaat (zonder sporen van eiwit of vet),

v) huiden en vellen als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG(14),

vi) gelatine als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG die afgeleid is van de onder v) bedoelde huiden en vellen,

vii) collageen dat afgeleid is van de onder v) bedoelde huiden en vellen.

2. Producten van dierlijke oorsprong uit derde landen die in categorie 2, 3, 4 en 5 zijn ingedeeld moeten afkomstig zijn van gezonde runderen, schapen en geiten die niet de in artikel 8, lid 3, bedoelde vernietiging van het weefsel van het centraal zenuwstelsel hebben ondergaan of gedood zijn door injectie van gas in de schedelholte.

3. Producten van dierlijke oorsprong die uitgangsmateriaal bevatten afkomstig van runderen uit een in categorie 5 ingedeelde lidstaat, gebied van een lidstaat of derde land mogen niet in de handel worden gebracht, behalve indien zij afkomstig zijn van:

a) dieren die geboren zijn na de datum van effectieve toepassing van het verbod om verwerkte eiwitten van zoogdieren te gebruiken in de voeding van herkauwers te gebruiken, of

b) dieren die geboren en opgefokt zijn en verbleven hebben in beslagen die reeds minstens zeven jaar een gecertificeerde historische BSE-vrije status hebben.

Bovendien mogen producten van dierlijke oorsprong niet vanuit een in categorie 5 ingedeeld(e) lidstaat of gebied daarvan naar een andere lidstaat worden verzonden of uit een in categorie 5 van een andere lidstaat ingedeeld derde land worden ingevoerd. Dit verbod is niet van toepassing op de in bijlage VIII, hoofdstuk C, bedoelde producten van dierlijke oorsprong die aan de eisen van bijlage VIII, hoofdstuk C voldoen. Zij gaan vergezeld van een door een officiële dierenarts afgegeven gezondheidscertificaat waaruit blijkt dat zij overeenkomstig de onderhavige verordening zijn geproduceerd.

4. Wanneer een dier vanuit een land of gebied wordt verplaatst naar een ander land of gebied van een andere categorie, wordt het ingedeeld in de hoogste categorie van de landen of gebieden waar het langer dan vierentwintig uur heeft verbleven, tenzij er voldoende garanties kunnen worden geboden dat het dier in dat in de hoogste categorie ingedeelde land of gebied niet gevoederd is.

5. De producten van dierlijke oorsprong waarvoor in dit artikel specifieke regels zijn opgesteld, moeten vergezeld gaan van de door de communautaire wetgeving overeenkomstig de artikelen 17 en 18 voorgeschreven gezondheidscertificaten of handelsdocumenten, of, als de communautaire wetgeving die niet voorschrijft, van volgens de procedure van artikel 24, lid 2, vast te stellen modellen voor een gezondheidscertificaat of handelsdocument.

6. Om in de Gemeenschap ingevoerd te mogen worden, moeten de producten van dierlijke oorsprong voldoen aan de voorwaarden van bijlage IX, hoofdstukken A, C, F en G.

7. De leden 1 tot en met 6 kunnen volgens de procedure van artikel 24, lid 2, worden uitgebreid tot andere producten van dierlijke oorsprong. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden volgens dezelfde procedure vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen