Art. 9 Verordening (EG) nr. 45/2001, Doorgifte van persoonsgegevens aan ontvangers die geen communautaire instelling of orgaan zijn en niet onder Richtlijn 95/46/EG vallen
1. Persoonsgegevens worden slechts doorgegeven aan ontvangers die geen communautaire instelling of orgaan zijn en niet vallen onder de nationale wetgeving ter uitvoering van Richtlijn 95/46/EG, indien in het land van de ontvanger of in de ontvangende internationale organisatie een passend beschermingsniveau wordt gewaarborgd, en de gegevens strikt binnen het raam van de onder de bevoegdheid van de verantwoordelijke voor de verwerking vallende taken worden doorgegeven.
2. Of het door het betrokken derde land of door de betrokken internationale organisatie geboden beschermingsniveau passend is, wordt beoordeeld in het licht van alle omstandigheden rond een doorgifte van gegevens of van een geheel van gegevens; in het bijzonder wordt aandacht geschonken aan de aard van de gegevens, aan het doel en de duur van de voorgenomen verwerking(en), aan het derde land of de internationale organisatie waarvoor de gegevens uiteindelijk bestemd zijn, aan de zowel algemene als sectorale rechtsregels die in het betrokken derde land of bij de betrokken internationale organisatie gelden en aan de voorschriften inzake beroepsethiek en geheimhouding die in het betrokken derde land of bij de betrokken internationale organisatie worden nageleefd.
3. De communautaire instellingen of organen stellen de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in kennis van alle gevallen waarvoor zij van oordeel zijn dat het betrokken derde land, respectievelijk de betrokken internationale organisatie geen passend beschermingsniveau in de zin van lid 2 waarborgt.
4. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de in lid 3 bedoelde gevallen.
5. De communautaire instellingen of organen nemen de nodige maatregelen om te voldoen aan de besluiten waarbij de Commissie krachtens artikel 25, lid 4 en lid 6, van Richtlijn 95/46/EG vaststelt dat een derde land of een internationale organisatie al dan niet een passend beschermingsniveau waarborgt.
6. In afwijking van de leden 1 en 2 kan de communautaire instelling of het communautaire orgaan persoonsgegevens doorgeven indien:
a) de betrokkene daarvoor ondubbelzinnig toestemming heeft gegeven, of
b) de doorgifte noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst tussen de betrokkene en de verantwoordelijke voor de verwerking of voor de uitvoering van op verzoek van de betrokkene genomen precontractuele maatregelen, of
c) de doorgifte noodzakelijk is voor de sluiting of de uitvoering van een in het belang van de betrokkene gesloten overeenkomst tussen de verantwoordelijke voor de verwerking en een derde, of
d) de doorgifte noodzakelijk of wettelijk verplicht is vanwege zwaarwegend algemeen belang of voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte, of
e) de doorgifte ter bescherming van het vitale belang van de betrokkene noodzakelijk is, of
f) de doorgifte vanuit een register geschiedt dat krachtens de communautaire wetgeving is bedoeld om het publiek voor te lichten en dat door het publiek in het algemeen of door eenieder die zich op een rechtmatig belang kan beroepen, kan worden geraadpleegd, voorzover in het gegeven geval aan de in de communautaire wetgeving neergelegde voorwaarden voor raadpleging wordt voldaan.
7. Onverminderd lid 6 kan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming toestemming geven voor één of meer doorgiften van persoonsgegevens naar een derde land of een internationale organisatie waar geen passend beschermingsniveau in de zin van de leden 1, 2 en 3 is gewaarborgd, wanneer de verantwoordelijke voor de verwerking voldoende waarborgen biedt voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de fundamentele rechten en vrijheden van personen, en voor de uitoefening van de daarmee samenhangende rechten; deze waarborgen kunnen met name voortvloeien uit passende contractuele clausules.
8. De communautaire instellingen of organen stellen de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in kennis van categorieën gevallen waarin zij de leden 6 en 7 hebben toegepast.