Art. 10 Verordening (EG) nr. 45/2001, Verwerking van bijzondere categorieën van gegevens

Verordening (EG) nr. 45/2001

1. De verwerking van persoonsgegevens waaruit de raciale of etnische afkomst, de politieke opvattingen, de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, of het lidmaatschap van een vakvereniging blijkt, alsook de verwerking van gegevens die de gezondheid of het seksueel gedrag betreffen, is verboden.

2. Lid 1 is niet van toepassing wanneer:

a) de betrokkene uitdrukkelijk in een dergelijke verwerking heeft toegestemd, tenzij in de interne regels van de communautaire instelling of van het communautair orgaan is bepaald dat het in lid 1 bedoelde verbod niet door toestemming van de betrokkene ongedaan kan worden gemaakt, of

b) de verwerking noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van de verplichtingen en de specifieke rechten van de verantwoordelijke voor de verwerking op het gebied van arbeidsrechtelijke verhoudingen, voorzover dit bij de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen of andere, op basis van die Verdragen vastgestelde wetgevingsbesluiten wordt toegestaan, of, indien nodig, voorzover de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming daarmee heeft ingestemd, en adequate garanties worden geboden, of

c) de verwerking noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een ander indien de betrokkene lichamelijk of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven, of

d) de verwerking betrekking heeft op duidelijk door de betrokkene openbaar gemaakte gegevens of noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte, of

e) de verwerking wordt uitgevoerd in het raam van de gerechtvaardigde activiteiten en met passende garanties van een organisatie zonder winstoogmerk, die een in een communautaire instelling of in een communautair orgaan geïntegreerde entiteit vormt en niet onderworpen is aan nationale wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens krachtens artikel 4 van Richtlijn 95/46/EG, en waarvan de doelstelling op politiek, levensbeschouwelijk, godsdienstig of op vakbondsgebied gelegen is, mits de verwerking uitsluitend betrekking heeft op de leden van deze organisatie of op de personen die in verband met haar doelstellingen regelmatig contact met haar onderhouden, en de gegevens niet zonder toestemming van de betrokkenen aan derden worden bekendgemaakt.

3. Lid 1 is niet van toepassing wanneer verwerking van de gegevens noodzakelijk is voor doeleinden van preventieve geneeskunde, medische diagnose, zorgverstrekking, behandeling of het beheer van gezondheidsdiensten en wanneer die gegevens worden verwerkt door een aan het beroepsgeheim onderworpen gezondheidswerker of door een ander voor wie een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht geldt.

4. Mits passende waarborgen worden geboden, kunnen om redenen van zwaarwegend algemeen belang nog andere afwijkingen dan die van lid 2 worden vastgesteld bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen of andere, op basis van die Verdragen vastgestelde wetgevingsbesluiten, of, indien nodig, bij besluit van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

5. Verwerkingen van gegevens inzake overtredingen, strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen mogen slechts worden uitgevoerd, indien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen of andere, op basis van die Verdragen vastgestelde wetgevingsbesluiten het toestaan of, indien nodig, indien de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming daarin toestemt, mits er gezorgd is voor passende bijzondere waarborgen.

6. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming bepaalt de voorwaarden waaronder een persoonsnummer of een ander algemeen toegepast identificatiemiddel door een communautaire instelling of een communautair orgaan mag worden verwerkt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen