Art. 4 Verordening (EG) nr. 45/2001, Kwaliteit van de gegevens
1. De persoonsgegevens:
a) moeten eerlijk en rechtmatig worden verwerkt;
b) moeten voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verkregen en mogen vervolgens niet op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt. Verdere verwerking van de gegevens voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden wordt niet als onverenigbaar beschouwd, mits de verantwoordelijke voor de verwerking passende garanties biedt, met name om te waarborgen dat de gegevens niet voor andere doeleinden zullen worden verwerkt en dat zij niet gebruikt zullen worden ter ondersteuning van maatregelen of besluiten betreffende een bepaalde persoon;
c) moeten, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, adequaat, terzake dienend en niet buitensporig zijn;
d) moeten nauwkeurig zijn en zo nodig worden bijgewerkt; alle redelijke maatregelen moeten worden getroffen om de gegevens die, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, onnauwkeurig of onvolledig zijn, te wissen of te corrigeren;
e) mogen in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren, niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt. De communautaire instellingen of organen zorgen ervoor dat persoonsgegevens die voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden langer dan de bedoelde periode moeten worden bewaard, ofwel alleen zo worden bewaard, dat zij anoniem worden, ofwel, indien zulks niet mogelijk is, alleen worden bewaard op voorwaarde dat de identiteit van de betrokkenen versleuteld wordt. De gegevens mogen in geen geval gebruikt worden voor andere dan historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden.
2. Op de verantwoordelijke voor de verwerking rust de plicht er zorg voor te dragen dat lid 1 wordt nageleefd.