Art. 20 Verordening (EG) nr. 45/2001, Uitzonderingen en beperkingen

Verordening (EG) nr. 45/2001

1. De communautaire instellingen of organen kunnen de toepassing van artikel 4, lid 1, artikel 11, artikel 12, lid 1, de artikelen 13 tot en met 17, en artikel 37, lid 1, beperken voorzover die beperking een noodzakelijke maatregel vormt ter vrijwaring van:

a) preventie, onderzoek, opsporing en vervolging van strafbare feiten;

b) een belangrijk economisch of financieel belang van een lidstaat of van de Europese Gemeenschappen, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden;

c) de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen;

d) de nationale veiligheid, de openbare veiligheid en de defensie van de lidstaten;

e) een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving, verbonden, zelfs incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de gevallen bedoeld in de punten a) en b).

2. De artikelen 13 tot en met 16 zijn niet van toepassing wanneer de gegevens louter met het oog op wetenschappelijk onderzoek worden verwerkt of in de vorm van persoonlijke gegevens worden bewaard voor een duur die de tijd gemoeid met uitsluitend opstellen van statistieken niet overtreft, mits er duidelijk geen gevaar bestaat dat inbreuk wordt gepleegd op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en de verantwoordelijke voor de verwerking passende juridische garanties biedt, met name dat de gegevens niet worden gebruikt om maatregelen of besluiten ten aanzien van een bepaalde persoon te treffen.

3. Indien een beperking als bedoeld in lid 1 wordt toegepast, wordt de betrokkene overeenkomstig het Gemeenschapsrecht in kennis gesteld van de voornaamste redenen waarop de toepassing van de beperking berust en van zijn, respectievelijk haar recht om zich tot de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming te wenden.

4. Indien een beroep wordt gedaan op een in lid 1 bedoelde beperking om de betrokkene toegang te weigeren, deelt de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, wanneer hij een verzoek bestudeert, de betrokkene slechts mee of de gegevens op correcte wijze zijn verwerkt en, zo niet, of de noodzakelijke verbeteringen zijn aangebracht.

5. De in de leden 3 en 4 bedoelde kennisgeving kan worden uitgesteld zolang zij het beoogde effect van de op grond van lid 1 ingestelde beperking teniet zou doen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen