Art. 24 Verordening (EG) nr. 45/2001, Aanstelling en taken van de functionaris voor gegevensbescherming

Verordening (EG) nr. 45/2001

1. Elke communautaire instelling en elk communautair orgaan stelt ten minste één persoon aan tot functionaris voor gegevensbescherming, die

a) er zorg voor draagt dat de verantwoordelijken voor de verwerking en de betrokkenen van hun rechten en plichten die uit deze verordening voortvloeien, in kennis worden gesteld;

b) ingaat op verzoeken van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en, binnen het kader van diens bevoegdheden, samenwerkt met de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, op verzoek van deze laatste of op eigen initiatief;

c) op onafhankelijke wijze zorg draagt voor de interne toepassing van de bepalingen van deze verordening;

d) een register van de verwerkingen die door de verantwoordelijke voor de verwerking zijn verricht, bijhoudt, waarin de in artikel 25, lid 2, bedoelde gegevens zijn opgenomen;

e) de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kennis geeft van de verwerkingen die waarschijnlijk bijzondere risico's in de zin van artikel 27 inhouden.

Hij draagt er daarmee zorg voor dat verwerkingen geen schending van de rechten en vrijheden van de betrokkenen zullen veroorzaken.

2. De functionaris voor gegevensbescherming wordt gekozen op grond van zijn persoonlijke en professionele kwaliteiten en, in het bijzonder, zijn deskundigheid inzake gegevensbescherming.

3. De keuze van de functionaris voor gegevensbescherming mag niet kunnen uitlopen op een belangenconflict tussen zijn taak als functionaris en andere officiële taken, met name ten aanzien van de toepassing van deze verordening.

4. De functionaris voor gegevensbescherming wordt voor een termijn van ten minste twee jaar en ten hoogste vijf jaar benoemd. Hij kan worden herbenoemd, maar de totale duur van zijn mandaat mag niet meer dan tien jaar bedragen. Indien hij niet langer aan de voor de uitoefening van zijn functie vereiste voorwaarden voldoet, kan hij alleen door de communautaire instelling die of het communautaire orgaan dat hem heeft aangesteld, met instemming van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming als functionaris voor gegevensbescherming worden ontslagen.

5. Na zijn benoeming wordt de functionaris voor gegevensbescherming door de instelling die, of het orgaan dat hem heeft benoemd, bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geregistreerd.

6. De functionaris voor gegevensbescherming krijgt van de communautaire instelling die of het communautaire orgaan dat hem heeft aangesteld, de beschikking over het personeel en de middelen die voor de uitvoering van zijn taken noodzakelijk zijn.

7. Met betrekking tot de uitoefening van zijn functie mag de functionaris voor gegevensbescherming geen enkele instructie krijgen.

8. Nadere uitvoeringsvoorschriften betreffende de functionaris voor gegevensbescherming worden door de communautaire instelling of door het communautaire orgaan vastgesteld overeenkomstig de bijlage. De uitvoeringsvoorschriften hebben met name betrekking op de taken, verplichtingen en bevoegdheden van de functionaris voor gegevensbescherming.

Vorige artikelen

Volgende artikelen