Art. 26
De vergunning voor het in de handel brengen wordt geweigerd, wanneer na verificatie van de in artikel 8 en in artikel 10, lid 1, vermelde gegevens en bescheiden blijkt:
a) dat het geneesmiddel in normale gebruiksomstandigheden schadelijk is, of
b) dat de therapeutische werking van het geneesmiddel ontbreekt, of door de aanvrager onvoldoende wordt aangetoond, dan wel
c) dat het geneesmiddel niet de opgegeven kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling bezit.
De vergunning wordt eveneens geweigerd wanneer de tot staving van de aanvraag verstrekte bescheiden en gegevens niet in overeenstemming zijn met artikel 8 en met artikel 10, lid 1.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9094
- ABRvS 1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9093
- ABRvS 4 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:359
- ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2626
- ABRvS 18 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AG1719
- Rb. 's-Gravenhage 7 juli 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9524
- Rb. Midden-Nederland 8 maart 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:1873