Art. 10
1. In afwijking van artikel 8, lid 3, onder i), en onverminderd het recht met betrekking tot de bescherming van de industriële en commerciële eigendom:
a) is de aanvrager niet gehouden de resultaten van de toxicologische, farmacologische en klinische proeven te verschaffen, wanneer hij kan aantonen dat:
i) hetzij het geneesmiddel in wezen gelijkwaardig is aan een geneesmiddel dat in de lidstaat waarop de aanvraag betrekking heeft, is toegelaten en dat de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het oorspronkelijke geneesmiddel erin heeft toegestemd dat, met het oog op de behandeling van de betrokken aanvraag, de toxicologische, farmacologische en/of klinische documentatie in het dossier van het oorspronkelijke geneesmiddel wordt benut,
ii) hetzij het bestanddeel of de bestanddelen van het geneesmiddel reeds lang in de medische praktijk wordt, respectievelijk worden gebruikt en een erkende werkzaamheid alsmede een aanvaardbaar veiligheidsniveau biedt, respectievelijk bieden, zulks door middel van een gedetailleerde wetenschappelijke bibliografie,
iii) hetzij het geneesmiddel in wezen gelijkwaardig is aan een geneesmiddel dat al minstens zes jaar volgens de geldende communautaire bepalingen in de Gemeenschap is toegelaten en dat in de lidstaat waarop de aanvraag betrekking heeft, in de handel wordt gebracht; deze periode wordt op tien jaar gebracht als het gaat om een met behulp van hoogwaardige technieken vervaardigd geneesmiddel dat is toegelaten krachtens de bij artikel 2, lid 5, van Richtlijn 87/22/EEG van de Raad(21) ingestelde procedure; bovendien kan een lidstaat deze periode eveneens tot tien jaar verlengen bij één enkel besluit dat betrekking heeft op alle op zijn grondgebied in de handel gebrachte geneesmiddelen, als die lidstaat zulks om redenen van volksgezondheid noodzakelijk acht. De lidstaten hebben de mogelijkheid de periode van zes jaar niet toe te passen na de vervaldatum van een octrooi dat het oorspronkelijke geneesmiddel beschermde.
Evenwel dienen, in het geval waarin het geneesmiddel bestemd is voor een ander therapeutisch gebruik of dient te worden toegediend langs andere wegen dan wel in andere doses dan de andere in de handel zijnde geneesmiddelen, de resultaten van geëigende toxicologische, farmacologische en/of klinische proeven te worden verschaft;
b) dienen met betrekking tot een nieuw geneesmiddel met bekende, doch niet eerder met therapeutisch oogmerk samengevoegde bestanddelen de resultaten van toxicologische, farmacologische en klinische proeven met betrekking tot de samenvoeging te worden overgelegd, zonder dat het noodzakelijk is de documentatie betreffende ieder afzonderlijk bestanddeel te verschaffen.
2. Bijlage I is van overeenkomstige toepassing bij de verstrekking krachtens lid 1, punt a), ii), van een gedetailleerde wetenschappelijke bibliografie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3298
- ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1354
- Rb. Midden-Nederland 29 februari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:1403
- Rb. Den Haag 5 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3430
- ABRvS 29 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:925
- ABRvS 6 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR0506
- Rb. Noord-Holland 29 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3286
- Rb. Arnhem 11 februari 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BV7970
- ABRvS 4 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:359
- ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2626
- ABRvS 20 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ1668
- ABRvS 1 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1119
- ABRvS 18 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AG1719
- Rb. Zwolle-Lelystad 29 augustus 2012, ECLI:NL:RBZLY:2012:1648
- Rb. Zwolle-Lelystad 3 februari 2011, ECLI:NL:RBZLY:2011:BR4853
- Rb. Utrecht 26 september 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BF3984
- Rb. Noord-Holland 9 januari 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:131
- Rb. Midden-Nederland 8 maart 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:1873
- Rb. Amsterdam 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8598
- Hof Den Haag 14 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:567