Art. 15, Samenwerking ten behoeve van toewijzing van infrastructuurcapaciteit op meer dan één net
1. De infrastructuurbeheerders werken samen om efficiënt netoverschrijdende infrastructuurcapaciteit te kunnen creëren en toewijzen. Zij organiseren internationale treinpaden, met name in het kader van het trans-Europees netwerk voor goederenvervoer per spoor. Zij stellen hiertoe de nodige gezamenlijke procedures op. Deze procedures vallen onder deze richtlijn.
Bij de procedure opgesteld om de toewijzing van infrastructuurcapaciteit op internationaal niveau te coördineren, worden vertegenwoordigers betrokken van de beheerders van elke spoorweginfrastructuur waarvan toewijzingsbeslissingen voor meer dan één infrastructuurbeheerder gevolgen hebben. Vertegenwoordigers van infrastructuurbeheerders van buiten de Gemeenschap kunnen eveneens bij deze procedure worden betrokken. De Commissie wordt op de hoogte gehouden en als waarnemer uitgenodigd.
2. Tijdens de vergaderingen of andere activiteiten die plaatsvinden om voor spoorwegdiensten die van meer dan één net gebruikmaken, infrastructuurcapaciteit toe te wijzen, worden de besluiten uitsluitend door de vertegenwoordigers van de infrastructuurbeheerders genomen.
3. De in lid 1 genoemde samenwerkende partijen dragen er zorg voor dat lidmaatschap, werkwijzen en alle gehanteerde criteria voor beoordeling en toewijzing van infrastructuurcapaciteit openbaar worden gemaakt.
4. Infrastructuurbeheerders kunnen in het kader van de samenwerking bedoeld in lid 1, de behoeften aan internationale treinpaden beoordelen en, indien nodig, de totstandbrenging van die trajecten voorstellen en organiseren ter vergemakkelijking van de exploitatie van goederentreinen waarvoor een ad-hocaanvraag als bedoeld in artikel 23 is ingediend.
Dergelijke van tevoren geregelde internationale treintrajecten worden via een van de deelnemende infrastructuurbeheerders voor aanvragers toegankelijk gemaakt.