Art. 16 Richtlijn 2001/14/EG, Aanvragers

Richtlijn 2001/14/EG

1. Aanvragen om infrastructuur kunnen worden ingediend door spoorwegondernemingen en hun internationale samenwerkingsverbanden, en, op het grondgebied van de lidstaten die zulks toestaan, ook door andere aanvragers die voldoen aan de definitie van artikel 2, onder b). De lidstaten kunnen ook andere aanvragers toestaan die infrastructuurcapaciteit op hun grondgebied aan te vragen.

2. De infrastructuurbeheerder kan aanvragers regels opleggen, om ervoor te zorgen dat aan zijn gewettigde verwachtingen ten aanzien van toekomstige inkomsten en het toekomstige gebruik van infrastructuur wordt voldaan. Dergelijke regels moeten passend, doorzichtig en niet-discriminerend zijn. Zij worden als deel van de toewijzingsbeginselen in de netverklaring opgenomen en de Commissie wordt daarvan in kennis gesteld.

3. De regels in lid 2 mogen slechts betrekking hebben op een financiële garantie, die een passend niveau, dat in verhouding staat tot het beoogde bedrijfsactiviteitenniveau van de aanvrager, niet mag overschrijden, en op de mogelijkheid om reglementaire offertes voor infrastructuurcapaciteit in te dienen.