Rb. Utrecht 25 juli 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3544
<big><b>Prorail heeft eigen schuld aan ontsporing bij station Amsterdam-Muiderpoort in november 2008.</b></big> Op 22 november 2008 heeft op het spoor nabij station Amsterdam-Muiderpoort een ontsporing van negen wagons van een door DB Schenker bestuurde goederentrein plaatsgevonden (hierna: de ontsporing). De wagons van de trein (die DB Schenker had gehuurd van het Belgische bedrijf Xpedys) waren geladen met kalk en op weg van Hermalle-sous-Huy (België) naar de hoogovens in Beverwijk. Deze ontsporing heeft geleid tot grote schade aan onder meer de rails en een spoorbrug. Prorail vordert in deze procedure onder meer dat DB Schenker en Xpedys veroordeeld worden om de kosten die Prorail heeft moeten maken voor het herstellen van de rails en de spoorbrug te vergoeden. <b>Aansprakelijkheid DB Schenker</b> De rechtbank wijst het verweer van DB Schenker af dat Prorail de door haar geleden schade niet op haar mag verhalen, omdat Prorail daarmee in strijd zou handelen met het doel en de strekking van de Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten als neergelegd in artikel 6:197 BW en het bindend Besluit Brandregres 2000. Een benadeelde heeft de keuzevrijheid of hij bij het optreden van schade die onder een verzekering zou kunnen vallen zijn eigen verzekeraar aanspreekt dan wel de aansprakelijke derde. Het enkele feit dat een verzekerde een melding doet van de schade bij zijn verzekeraar, impliceert nog niet dat de verzekerde daarmee een aanspraak op zijn verzekeraar doet. DB Schenker is in beginsel jegens Prorail aansprakelijk voor de door deze geleden schade, omdat de oorzaak van de ontsporing aan haar moet worden toegerekend en voldaan is aan het vereiste van een causaal verband. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft de oorzaak van de ontsporing geconcentreerd in een onderdeel (de lagers) van één van de door DB Schenker gebruikte wagons. Daarmee is sprake van een ongeschikte hulpzaak in de zin van artikel 6:77 BW. Aan een wagon mag de eis gesteld worden dat de lagers daarvan bij normaal gebruik goed blijven functioneren, en niet zodanig warm worden dat deze leiden tot het afbreken van de aspot en vervolgens tot het ontsporen van de wagon en een deel van de trein. De rechtbank volgt DB Schenker niet in haar stelling dat indien een hulpzaak in zijn algemeenheid geschikt is, aan toepassing van artikel 6:77 BW niet wordt toegekomen. Uit de parlementaire geschiedenis met betrekking tot artikel 6:77 BW blijkt dat de wetgever geen onderscheid heeft willen maken tussen algemeen falende en incidenteel falende hulpzaken. De rechtbank acht de toerekening ook niet onredelijk, omdat DB Schenker heeft nagelaten om te doen wat mogelijk is om ontsporingen door een gebrek in de lagers van een wagon te voorkomen en eventuele schade te beperken. Aan Prorail kan wel eigen schuld worden verweten ten aanzien van het ontstaan van de ontsporing. Prorail heeft een wettelijke zorgplicht om de risico’s van het gebruik en beheer voor de veiligheid van de hoofdspoorweginfrastructuur te analyseren en om in dat kader passende maatregelen te nemen. De rechtbank is van oordeel dat de installatie door Prorail van infragebonden mankementsdetectie (Hotbox-detectie en/of uitbreiding van Quo Vadis-stations met real-timefunctionaliteit) de risico's op ontsporing van treinen (met de daaraan verbonden gevolgen voor de spoorwegveiligheid en het optreden van aanzienlijke schade) zodanig zou hebben beperkt dat de kosten van het invoeren daarvan van maximaal € 31 miljoen aanvaardbaar zijn. Gelet op haar zorgplicht had Prorail dan ook tot de installatie van mankementsdetectie op het spoor moeten overgaan. De ontsporing bij Boxtel in 2005 en het daarop volgende signaal van de Inspectie van Verkeer en Waterstaat hadden voor Prorail aanleiding moeten zijn om uit zichzelf binnen korte termijn die detectie te installeren. Indien zij dat had gedaan, mag aangenomen worden dat dergelijke detectiesystemen dan in november 2008 (vóór de onderhavige ontsporing) aanwezig zouden zijn geweest. Indien Prorail dat had gedaan, zou de onderhavige ontsporing zijn voorkomen. De rechtbank stelt de eigen schuld van Prorail - alle omstandigheden afwegende - in redelijkheid vast op 50% van de ontstane schade. Nu de omvang van de door Prorail geleden schade onvoldoende duidelijk is, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich daarover uit te laten. <b>Aansprakelijkheid Xpedys</b> Xpedys, de verhuurder van de betreffende wagons, is volgens de rechtbank niet aansprakelijk voor de door Prorail geleden schade, omdat het gebruik van de wagons plaatsvond in de uitoefening van het bedrijf van DB Schenker, zodat op grond van artikel 6:181 lid 2 BW de aansprakelijkheid voor de gebrekkige wagon ex artikel 6:173 BW niet rust op de bezitter van de wagon, maar op de bedrijfsmatige gebruiker daarvan, en dus op DB Schenker. Dit is geen cumulatieve aansprakelijkheid, maar een exclusieve aansprakelijkheid. De reconventionele vordering van Xpedys De reconventionele vordering van de eigenaar van de ontspoorde wagons, Xpedys, wordt afgewezen, omdat het maar de vraag is of de zorgplicht van Prorail om mankementsdetectie op de door haar beheerde spoorweginfrastructuur te installeren ook strekt ter bescherming van de belangen van de eigenaars van de wagons die rijden over het door Prorail beheerde spoorwegnet. Maar ook indien deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, geldt dat de door Xpedys gevorderde schadevergoeding niet toewijsbaar is, omdat de door haar geleden schade niet toegerekend kan worden aan Prorail. Immers, de schade aan de wagons van Xpedys is veroorzaakt door een gebrek van één van de wagons van Xpedys zelf.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 152 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:74 BW6
- Artikel 6:77 BW6
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:119a BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:173 BW6
- Artikel 6:181 BW6
- Artikel 6:197 BW6
- Artikel 2 Spoorwegwet
- Artikel 61 Spoorwegwet
- Artikel 124 Spoorwegwet
- Artikel 6 EEX
- Artikel 24 EEX
- Artikel 15