Art. 26 Verordening (EG) nr. 1347/2000, Rechtsmiddelen tegen de beslissing die de tenuitvoerlegging toestaat
Verordening (EG) nr. 1347/2000
1. Elke partij kan een rechtsmiddel instellen tegen de toepassing van een verklaring van tenuitvoerlegging.
2. Het rechtsmiddel wordt ingesteld bij de in de lijst van bijlage II genoemde rechterlijke instantie.
3. Het rechtsmiddel wordt ingesteld volgens de regels van de procedure op tegenspraak.
4. Indien het rechtsmiddel door de verzoeker voor de verklaring van tenuitvoerlegging wordt ingesteld, wordt de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, verzocht te verschijnen voor de rechterlijke instantie waarbij het rechtsmiddel is ingesteld. Indien deze persoon zulks nalaat, zijn de bepalingen van artikel 10 van toepassing.
5. Het rechtsmiddel tegen een verklaring van tenuitvoerlegging moet worden ingesteld binnen een maand na de betekening. Indien de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, gewoonlijk verblijft in een andere lidstaat dan die waarin de verklaring van tenuitvoerlegging is gegeven, bedraagt de termijn voor het instellen van het rechtsmiddel twee maanden, vanaf de datum van betekening aan haarzelf of haar verblijfplaats. De termijn mag niet op grond van de afstand worden verlengd.