Art. 22 Verordening (EG) nr. 1347/2000, Relatief bevoegde rechterlijke instantie
Verordening (EG) nr. 1347/2000
1. Het verzoek om een verklaring van tenuitvoerlegging wordt gericht tot de in de lijst van bijlage I genoemde rechterlijke instantie.
2. De plaatselijke rechterlijke instantie is die van de gewone verblijfplaats van de persoon tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, of van de gewone verblijfplaats van een kind waarop het verzoek betrekking heeft.
Wanneer geen van de in de vorige alinea genoemde plaatsen kan worden gevonden in de lidstaat waar de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, is de plaatselijke rechterlijke instantie die van de plaats van tenuitvoerlegging.
3. Voor de in artikel 14, lid 3, bedoelde procedures wordt de plaatselijke rechterlijke instantie bepaald overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waarin een verzoek tot erkenning of niet-erkenning wordt aangebracht.