Art. 37 Verordening (EG) nr. 1291/2000
Verordening (EG) nr. 1291/2000
1. Behalve in de in lid 2 bedoelde gevallen is het verzoek om een vervangingscertificaat of -uittreksel voor een product niet ontvankelijk indien voor het betrokken product de afgifte van het certificaat is geschorst of indien een certificaat in het kader van een kwantitatief contingent wordt afgegeven.
2. Wanneer de titularis of de cessionaris van een invoer-, uitvoer- of voorfixatiecertificaat ten genoegen van de bevoegde autoriteiten bewijst dat een certificaat of uittreksel enerzijds niet of slechts gedeeltelijk is gebruikt, en anderzijds met name als gevolg van een volledige of gedeeltelijke vernietiging ervan ook niet meer kan worden gebruikt, wordt door de instantie van afgifte van het oorspronkelijke certificaat een vervangingscertificaat, respectievelijk vervangingsuittreksel, afgegeven voor een hoeveelheid producten die, in voorkomend geval vermeerderd met de tolerantie, met de beschikbare hoeveelheid overeenkomt. In dit geval is het bepaalde in artikel 36, lid 4, eerste zin, van toepassing.