Art. 32 Verordening (EG) nr. 1291/2000

Verordening (EG) nr. 1291/2000

1. Aan een primaire eis wordt geacht te zijn voldaan indien het bewijs wordt geleverd:

a) bij invoer: dat de in artikel 24, lid 1, onder a), bedoelde aangifte voor het betrokken product is aanvaard;

b) bij uitvoer: dat de in artikel 24, lid 1, onder b), bedoelde aangifte voor het betrokken product is aanvaard; bovendien dient het bewijs te worden geleverd:

i) wanneer het uitvoer of een met uitvoer gelijkgestelde leverantie in de zin van artikel 36 van Verordening (EG) nr. 800/1999 betreft, dat - behoudens overmacht - het product binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer, hetzij zijn bestemming heeft bereikt in het geval van een met uitvoer gelijkgestelde leverantie, hetzij, in de andere gevallen, het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten; voor de toepassing van deze verordening worden leveranties van producten die uitsluitend zijn bestemd om te worden verbruikt aan boord van boor- of productieplatforms, met inbegrip van daarbij behorende installaties voor dienstverlening, die zich bevinden binnen het gebied van het Europese continentaal plat of binnen dat van het continentaal plat van het niet-Europese deel van de Gemeenschap, maar buiten een zone van drie mijl vanaf de basislijn waarvan wordt uitgegaan voor de afbakening van de territoriale wateren van een lidstaat, geacht het douanegebied van de Gemeenschap te hebben verlaten;

ii) wanneer de producten onder de in artikel 40 van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde regeling inzake bevoorradingsdepots zijn geplaatst, dat - behoudens overmacht - de producten binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de aangifte voor plaatsing onder de betrokken regeling, in een bevoorradingsdepot zijn opgeslagen.

Wanneer echter de in de eerste alinea, onder b), punt i), genoemde termijn van 60 dagen of de in de eerste alinea, onder b), punt ii), genoemde termijn van 30 dagen wordt overschreden, wordt de zekerheid vrijgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 23, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2220/85.

2. Wanneer producten onder één van de regelingen als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 worden geplaatst, wordt ervan uitgegaan dat aan de primaire eis is voldaan, indien het bewijs wordt geleverd dat de voor plaatsing van de producten onder die regelingen vereist betalingsaangifte is aanvaard; de aldus vrijgegeven zekerheid moet evenwel opnieuw worden gesteld overeenkomstig artikel 47 van de onderhavige verordening in die gevallen waarin zulks op grond van dat artikel is vereist.