Art. 11 Verordening (EG) nr. 451/2000, Onderzoek van de kennisgevingen
1. De Commissie stelt het Comité binnen drie maanden na het verstrijken van de in artikel 10, lid 2, onder b), bedoelde termijn in kennis van de tijdig ontvangen kennisgevingen. Uiterlijk acht maanden na de ontvangst van de kennisgevingen legt de Commissie het Comité een verslag voor ten behoeve van nader onderzoek of de ontvangen kennisgevingen in het licht van de in bijlage V, deel 2, vermelde criteria aanvaardbaar zijn.
2. De Commissie besluit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, lid 2, vierde alinea, van de richtlijn, een werkzame stof als bedoeld in bijlage II bij deze verordening waarvoor binnen de gestelde termijn geen aanvaardbare kennisgeving of geen volledig gegevenspakket is ingediend, niet in bijlage I bij de richtlijn op te nemen, onder opgave van de redenen voor de niet-opneming. De lidstaten trekken uiterlijk op 25 juli 2003 de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten, in.